Booking.com

DOSSIER : Balkan - een ton met kruit

Gecko

Well-Known Member
Toen kwamen de oorlogen die het uiteenvallen van Joegoslavië begeleidden en waarin Servië niet meteen de sympathie van de internationale gemeenschap verwierf. Rond de eeuwwisseling, toen het toerisme in Kroatië en Slovenië alweer helemaal op gang was gekomen, was Servië weinig minder dan de paria van Europa. Wegens eerst een president van de oude communistische stempel, die er niet vies van was om zijn leger in te zetten tegen eigen minderheden en later de taaie reputatie dat het land enkele oorlogsmisdadigers de hand boven het hoofd hield. Behalve voor wie in de voetsporen van Rudi Vranckx wil treden, waren het niet meteen troeven als reisbestemming.

De Balkan wordt historisch geassocieerd met geweld, oorlog, samenzweringen, bloedvetes,... Joegoslavië, de federatie van Zuid-Slavische volkeren die na de eerste Wereldoorlog ontstond, leek de duur van zijn bestaan de geschillen en verschillen tussen de samenstellende delen uit te vegen. De krachtige en in brede lagen geliefde figuur van Josip Broz, alias Tito, die zich al in 1948 afscheurde van Stalin voor een meer gematigd socialisme tussen de 2 machtsblokken in, was een bindende factor voor de multinationale staat. Toen het communisme in Europa viel, was ook de tijd van Joegoslavië, in wezen door de Serviërs overheerst, voorbij. Een na een scheidden de deelstaten zich af van Belgrado.
Van de zes, bleven in 1992 alleen nog Servië en Montenegro over als "Klein - Joegoslavië". In 2003moest dit land de naam "Servië en Montenegro" aannemen en toen in 2006 ook Montenegro er uit trok, bleef Servië alleen over. In 2008 riep de autonome regio Kosovo tenslotte eenzijdig de onafhankelijkheid uit van Servië.

Maar door 90 van de 193 landen van de Verenigde Naties erkend, is Kosovo de facto een onafhankelijke staat, met een bevolking die voor 92% uit etnisch-Albanezen bestaat. Serviërs zien Kosovo echter nog als een autonome provincie van Servië. Dat merk je bv. wanneer ze het inwonersaantal van hun land geven : 10 miljoen, inclusief de 3 miljoen inwoners van Kosovo. Kosovo ligt zo gevoelig bij de Serviërs, omdat ze het als de wieg, de bakermat van hun land en cultuur beschouwen. Ze vergelijken de onafhankelijkheid van Kosovo met Rome dat zich zou afscheiden van Italië : onmogelijk voor hen.

dit saaie gedeelte helpt je om de "soep" in Balkan beter te begrijpen.



Reizen naar Servië was een tijd zo goed als onmogelijk. Een Europees land waar we niet konden komen ! Eenmaal de diplomatieke relaties hersteld, was eerst een visum nodig en later nog steeds een paspoort. Uiteindelijk kunnen we er nu al een paar jaar gewoon met onze identiteitskaart heen, zijn de gezochte misdadigers uitgeleverd en is Servië kandidaat-lid van de EU.
Het inmiddels onafhankelijke land blijft over zonder kust. Maar oorlog of nog maar een sombere oorlogssfeer zijn er niet meer te vinden. Wel integendeel : de Serviërs bruisen van levenskracht. Ze eten, drinken en feesten dat het een lieve lust is, zoals dat in hun aard ligt. 's Avonds trekken ze in de steden met zijn allen naar een terrasje of naar een danstent. "Lonely Planet" keek zo op van het nachtleven in Belgrado dat het stad prompt "partyhoofdstad van de wereld" noemde.

Servië kijkt naar de toekomst en is helemaal klaar om zijn land ook aan buitenlanders te laten zien. Er wordt weer naar Belgrado gevlogen, ook door laagkostenmaatschappijen. Cruiseboten varen op de Donau, die meer dan 500 km door het land aflegt. Er groeit een nieuw privé - aanbod van hotels en hostels. Natuurlijke en culturele hoogtepunten worden in kaart gebracht. Er gaan festivals door en er zijn routes uitgezet langs kloosters en wijnstreken.

Verwacht allerminst een doorsnee Europees land. Wel gebruiken en gewoonten doordrenkt van eeuwenlange tradities. Mensen die verdomd zelfbewust zijn als het om hun identiteit gaat, maar tegelijk even gastvrij. Gebouwen die getuigen van een complexe verre en dichtbije geschiedenis. Betaalbaar avontuur in een sublieme natuurlijke omgeving. Authenticiteit en verwondering in de eigen achtertuin. Ontdek nu een van de meest eigenzinnige stukjes van ons eigen continent !

Paradijs voor carnivoren

De toeristische dienst van Servië heeft een glossy brochure "Soulfood", met foto's die uitnodigen om in het papier te bijten. Wees erop voorbereid dat Servische porties overvloedig zijn en steevast overladen met vlees, of een enkele keer vis ( N.b. - zie de Roemeense cuisine, buurland van Servië en een al decennia goede vriend van eerst Joegoslavië en dan Servië, waar vis op een bord te vinden is meestal in het zuidoosten, regio Donau-Delta - Gecko). Voor vegetariërs wordt dit een lastige bestemming (N.b. - even goed als Roemenië - Gecko), want Serviërs zijn gek op vlees en op copieuze maaltijden (N.b. - de Roemenen zijn ook zo - Gecko).
Gezien hun gasten niets te kort mag komen, zullen zij dus een nauwelijks te overziene berg, doorgaans gegrild, vlees voorgeschoteld krijgen (N.b. - dezelfde gastvrijheid bij de buur - Gecko).

Steek er nog een op ...

In openbare gebouwen geldt ook in Servië al een paar jaar een rookverbod. Maar daar houdt zowat mee op. Een op 3 Serviers rookt en de permissiviteit tegeover roken is er (nog) bijzonder groot. Tabak hoort in de Balkan haast bij de identiteit. Er mag gerookt op cafe en restaurant. Alleen grote zaken moeten een rookvrije ruimte voorzien. Schrik ook niet wanneer je taxi-chauffeur een sigaret opsteekt. En bij het boeken van je hotelkamer kun je best aangeven of je roker of niet-roker bent (N.b. - De Roemenen roken ook zeer graag, maar ze zijn lid van EU en het schilt een beetje wat wetten betreft - Gecko).

Gloeilamptoerisme

Als straks de laatste gloeilampen uit de winkels zullen verdwenen zijn in de 27 landen van de Unie, zal het peertje nog steeds te koop aangeboden worden in Servie. Nu al bevorraden sommige gloeilampliefhebbers zich er met een voorraad energieverspillende lampen van 100 Watt, die hier niet meet te vinden zijn en smokkelen die Europa binnen. Het kan nog zo lang Servie aan de rafelrand van de Europese Unie ligt. Nu het land zich officieel mag opmaken voor lidmaatschap, zullen de bijhorende regels en verboden er gaandeweg ook ingang vinden.

( N.B. - Manus manum lavat

De ene hand wast de ander.
Onder de laatste 15 jaar van Ceausescu ( Roemenië ), was eten schaars of niet te vinden. Ofwel had je een familielid op het platteland met een boerderij, ofwel woonde je niet ver van de Joegoslavische grens: in alle punten die niet ver van de grens lagen, kwamen de Serviërs met eten en kleren te koop. Jarenlang. Elke week.
Dit gebaar hebben de Roemenen niet vergeten.
Als tegenprestatie, tijdens de Balkanoorlog, smokkelden de Roemenen brandstof naar Servië, eten, kleding en wat nog nodig was, tegen het embargo in.
Een voorbeeld kun je zien in de film "California Dreamin' ", een film door wijlen Cristian Nemescu: een NAVOtrein, onder Amerikaanse escorte, onder de leiding van Cpt. Jones, komt aan in het dorp Capilnita. De station-chef weigert groene licht te geven omdat, volgens hem, de papieren niet in orde waren...en een lange wacht begon...
"De tuin van Tito", geschreven door Korneel De Rynck: 'eind 2009. Voor het eerst in 18 jaar rijdt er een trein van Belgrado naar Sarajevo. De verbinding was in 1991 stilgevallen: het Joegoslavie van voormalig president Tito viel uiteen, vier jaar lang woedde een oorlog tussen Serviers, Kroaten en moslims. Nu, is de intercity terug.
- Gecko )


Belgrado

"Ach, het is maar de hoofdstad van een uiteengevallen land dat niet eens zo lang heeft bestaan, en nu gedegradeerd is tot centrum van een van de landjes die overblijven; en is er niet vooral puin, armoede en grauwheid te vinden? ".
FOUT !

Deze historische metropool van Zuidoost Europa bruist van levenslust en richt al lang weer de blik op vandaag en morgen, zoals na iedere nieuwe clash in zijn geschiedenis . Belgrado, de "Witte stad", staat voor : zich telkens weer herpakken en vernieuwen na elke confrontatie.

Aan de samenvloeiing van de Sava en de Donau, kondigt voor wie uit de vlakte van Centraal-Europa komt, de verhevenheid aan de rechteroever een ander, bergachtig landschap aan, zo niet een andere wereld: de Balkan. Belgrado is dan ook al 2 000 jaar een van de meest strategische en gegeerde plaatsen van Europa en in die zin al die tijd grensgebied, slagveld, kruispunt en ontmoetingsplaats. Het is de plaats bij uitstek waar gevochten werd om de Turken uit Centraal-Europa te weren, respectievelijk om Europa in te lijven bij het Ottomaanse rijk. (N.B. - Vlad Tepes of Vlad de Spietser, de Roemeense Graf die totaal niets te maken heeft met Dracula ( de fictieve personage van Bram Stoker), heeft veel last gehad van de Turken, om hun uit deze contreien te weren - Gecko).
Er werd nageteld dat de stad 40 keer werd vernield en er zich gemiddeld om de 35 jaar een oorlog afspeelt, zodat elke generatie er wel een heeft gekend. Met zo'n traditie hebben ze er ook die jongste oorlog in Europa, die het uiteenvallen van Joegoslavië begeleidde en eindigde met Navo-bombardementen op Belgrado, verbazend snel verteerd.

Uitkijk over Europa

Van Singidunum, zoals de Romeinen het kamp noemden aan hun limes - de grens van hun imperium -, een naam die op zijn beurt naar de Kelten verwijst, zijn nog maar enkele brokstenen over.
De centralewinkelwandel- en hoofdstraat van het huidige Stari Grad, Knez Mihailova, is genoemd naar een 19de eeuwse prins, maar vormde in de Romeinse tijd al de hoofdader. De gebouwen die je nu in de binnenstad ziet, zijn uit de 19de of 20ste eeuw, classicistisch of sociaal - realistisch functioneel, een enkele keer art nouveau.

Het Kalemegdanfort in het gelijknamige park, op een klif boven de monding van de Sava in de Donau, is de favoriete groene oase op wandelafstand van het huidige stadscentrum. De uitgestrekte vesting spreekt tot de verbeelding en voer je terug naar het verleden. Je kijkt er uit op de linkeroever van de Donau, waar de Pannonische Vlakte begint en hiermee Centraal-Europa. Eeuwenlang was de overkant de grens van het Oostenrijks-Hongaarse rijk.

Lange tijd was Belgrado beperkt tot de oppervlakte van de vesting en leefde de hele bevolking binnen haar muren. Romeinen, Byzantijnen, Bulgaren en Serviërs volgden elkaar op, tot in 1521, na vele pogingen, de Ottomanen de plaats in handen krijgen. Ze zouden er blijven tot 1867, toen prins Michael in Kalemegdan van de Pasja de sleutels kreeg, Servië een autonome regio werd en de Turken afdropen. Het fort werd in de loop der eeuwen veelvuldig belegerd en heropgebouwd tot het, in opdracht van de Oostenrijkers, van Vauban zijn typische, huidige stervorm kreeg.

Beneden, voor de monding van de Sava, ligt het Grote Oorlogseiland, een onbewoond natuurlijk groen paradijsje middenin de stad, maar zijn naam brengt een veel minder vreedzaam verleden in herinnering. Ter verdediging van deze plek zouden doorheen de geschiedenis 6 miljoen mensen het leven gegeven hebben.

Terug naar de binnenstad. Zoals de volkeren en de religies zich - lang niet altijd met succes - in deze stad gemengd hebben en zoals verschillende regimes elkaar hebben opgevolgd, zo wisselen ook classicistische gevels willekeurig af met betonnen modernistische kazerne-achtige karkassen uit de socialistische periode. Exemplaren in beide stijlen verkeren meermaals in een grauwe, onopgepoetste staat, in het laatste geval zijn ze bovendien vlak schreeuwlelijk. Neen, de Witte Stad is niet wit. En toch word je er hier minder neerslachtig van dan in Polen, voormalig Oost-Duitsland ( N.B. - en sommige steden in Roemenië, behalve Bucuresti, Brasov, Cluj-Napoca, Timisoara ( waar de zogenaamde "Revolutie" is begonnen), Pitesti - Gecko). Want echte hoogbouw is er niet, overal is ook wel wat kleur aangebracht en met gemiddeld 2 096 zonuren per jaar, eindeloze rijen afgeladen volle terrassen in de straten, een wervelende jonge bevolking en ontelbare meisjes die er alles aan doen om hun naam dat ze de mooiste van de wereld zijn kracht bij zetten, wil de vervallen staat van de gevels je wel eens ontgaan. Zijn dit de redenen waarom het zuiden wat meer rommel verdraagt dan het kille noorden ?

Pittoresk en stemming is de buurt Skadarlija, afwisselend "Boheems" genoemd, dan weer "een ontmoetingsplaats voor kunstenaars" of "het Montmartre van Belgrado". Bedoelt wordt dat er in de 19de eeuw veel zigeuners rondhingen, er later artiesten kwamen wonen en de straat met oude, hobbelige kasseien zich nu een weg zoekt tussen de terrassen van restaurants, waar muzikanten de gasten verblijden met traditionele deuntjes. Je weet er voor weinig geld overvloedig van de lokale gerechten, steevast overladen met vlees, in een immer uitgelaten sfeer. Zo bijvoorbeeld in restaurant "Tri Sesira", dat als oudste van de straat al sinds 1864 de traditie in ere houdt.

Deze goedmoedige straat is zowat het tegendeel van Strahinjica Bana in de wijk Dorkol. De trendy uitgaansstraat is de jongste jaren beter bekend onder de naam "Silicon Valley", verwijzend naar de rondborstige bimbo's die er rondhangen als trofee van geslaagde 'zakenlui'. De kunstborsten die het echt gemaakt hebben, krijg je moeilijk te zien, want worden aangevoerd in een luxueuze wagen met geblindeerde ruiten.

Waar is dat feestje ?

Aan de linkeroever van de Sava, steeds ten zuiden van de Donau, liggen de wijken Nieuw-Belgrado en Zemun. In de omgeving van de Sava wordt een ringweg gebouwd om de stad te ontlasten van het toenemende verkeer. Iets verderop vormt Ada Ciganlija een eiland in de rivier. Die werd in de tijd van Tito aan een kant van het eiland afgedamd, om een meer te hebben voor roeiwedstrijden. Nu wordt het meer afgezoomd door een kilometerslang recreatiestrand, waarvan een stukje zelfs als naaktstrand dienst doet. Het eiland biedt sportgelegenheid voor joggers, skeelers, fietsers, tennissers, golfers...en er zijn weekendhuisjes langs het water. Omdat er geen permanente bewoning is, kan het nachtleven aan de rivierkant lang doorgaan.

"Lonely Planet" riep een tijdje geleden, geheel in de superlatievenstijl die de bekende reeks tegenwoordig hanteert, Belgrado uit tot "Partyhoofdstad van de Wereld" en ook als dat in werkelijkheid Ibiza of Las Vegas is, steekt de Servische hoofdstad deze pluim maar al te graag op de hoed.

Voor het uitgaansleven kun je zowel langs de Sava als de Donau terecht. Van de oever lopen bruggetjes naar zogenaamde "splavovi", meervoud van "splav". Het zijn op pontons drijvende discotheken en restaurants, in sterke ontwikkeling sinds de jaren '90 en sindsdien typisch voor deze stad (N.B - ongeveer zoiets kan men vinden in Praag, langs de Vltava rivier, ook onder mooie bruggen + restaurants, 's avonds een echte sprookje ! - Gecko). Zoals het in het nachtleven hoort, komen en gaan ze sneller dan de inkt van reisgidsen droog is, maar ze zijn er in overvloed en hun bezoekers zijn taalrijk. Neem " Freestyler" op een vrijdagavond als lukraak voorbeeld. De muziek ( commerciele house) dreunt tot aan de overkant van de rivier. Je gaat eerst buiten gehouden worden wegens 'geen reservering'. Intussen stappen aan de lopende band bloedmooie jonge vrouwen en bijna even jonge mannen door het poortje-met-metaaldetector op de loopbrug naar binnen. Wanneer je toch binnen toegelaten wordt, dan moet je je wringen naar binnen.
Er is geen toegangsprijs, maar je drank is fors geprijsd. Wat er ontbreekt aan ruimte, is er te over aan geluid. De beats sluiten een gesprek uit, laat staan een gesprek met een van de vele meisjes die hier rondhangen en waarmee je best een goed gesprek zou willen. Op een loopbrug boven de bar dansen enkele schaars geklede, hiervoor ingehuurde prikkelpoppetjes. Op de begane grond zit de ruimte zo eivol dat niemand hun elegante bewegingen kan navolgen, hoogstens wat met de schouders kan schudden op het ritme van de beats.

Modelwijk

Nieuw-Belgrado werd na WO II gebouwd als wat voor het Tito-regime doorging als een modelstad. Het werd aan de moerassen op de linkeroever van de Sava onttrokken, onder meer door jonge vrijwilligers, als bewijs van actief burgerschap. De woonblokken zien er vrij troosteloos uit. Maar de brede boulevards en het groen ertussen maken iets goed en het vele licht ontlokt het vermoeden dat dit een zonniger socialisme was dan meer noordelijke varianten (N.B. - vergelijkend met Roemenië, het is zeker zo.- Gecko)

Tussen de relatieve laagbouw duikt ineens een gek, hoog gebouw op. Het is de Genex-toren, die dateert van rond 1980. Joegoslavië had door de 'ongebonden' half-halfpolitiek van Tito het voordeel dat het handel dreef met zowel het oosten als het westen. "General Export" ofte Genex, het handelsagentschap van de staat, was dan ook een machtige instelling. De flats aan de woonzijde van het gebouw golden, hoe onwaarschijnlijk ook voor ons, als bevoorrechte woningen. Nu huisvest de toren kantoren van een groot bedrijf. ( N.B. - een gelijkaardig handelsagentschap bestond in Roemenië van Ceausescu ook : het verschil was dat de politiek van Ceausescu was meer gericht naar 'de grote broer'( lees voormalige USSR - tegenwoordig Rusland) en het socialistische Oosten (Bulgarije, Hongarije, China, Noord-Korea,bv); alles wat in het westen vervaardigd was, kreeg geen toelating om Roemenië te bereiken, ...een uitzondering : de persoonlijke bankrekening van Ceausescu - Gecko).

Tussen de huizenblokken van Nieuw-Belgrado rijzen nieuwe kerken op (N.B. - juist zoals in Roemenië, trouwens - Gecko) . Het is een beeld dat we niet meer kennen, behalve van de moskeeën in aanbouw in vakantielanden. Religie is in Servië sinds het einde van het communisme steeds belangrijker en hier is dat de Servisch-orthodoxe leer. Elke familie kiest zijn heilige. Het is met de religie als met de nationaliteiten : nadat ze 50 jaar onder het tapijt geveegd zijn, worden ze weer benadrukt.

Aan de drukke Bulevar Nikole Tesle kun je het imposante Hotel Yugoslavija, met Donauzicht, niet ontlopen. Het is een metafoor voor het land. Het eens zo prestigieuze hotel, waar Tito's geliefde filmsterren op uitnodiging overnachtten, is verlaten en wacht op een onbestemde toekomst. De gordijnen hangen los achter de ongewassen ruiten en uit de neonverlichting groeit onkruid. Het hotel kreeg zijn genadeschot toen de garage ernaast gebombardeerd werden door NAVO. Dit was eigendom van de meervoudige crimineel en oorlogsmisdadiger Arkan ( die een tijd ook in België is geweest).

Voor wie Servië nog steeds met de recente Joegoslavische oorlogen associeert, is er opvallend weinig puin te zien in Belgrado. De stad vormde er dan ook niet de achtergrond voor, tot de NAVO er in 1999 afrekende met 'precisiebombardementen'. De verhakkelde gebouwen zijn nog, zeer verspreid over de stad, te bewonderen : de ministerie van defensie, een televisietoren, ....en de Chinese ambassade, die 'per ongeluk werd platgelegd, omdat de CIA oude kaarten had verschaft'.

Nieuw-Belgrado gaat over in Zemun, een oud stadje aan de overkant van de Sava, dat nu opgeslorpt is door de hoofdstad.
Toch blijven de plaats en zijn inwoners koppig hun eigenheid bewaren : lage kleurrijke huisjes in een mengvorm van Europese stijlen, langs trage, hobbelige straten en mensen die er niet aan denken om verderop te gaan wonen. Zoals over het water het Kalemegdanfort eeuwenlang de grens van het Ottomaanse rijk markeerde, zo was Zemun een grenspost aan de Donau van het Habsburgse rijk. Vriendschappelijk gingen die twee dus niet met elkaar om, om het zacht uit te drukken. Van de opeenvolgende forten die de plaats verdedigden, is weinig over. Wel goed bewaard is de Millenniumtoren, een van de vijf die de Hongaren in 1896 op de uithoeken van hun rijk lieten bouwen, ter herinnering aan de duizend jaar dat het bestond.

Wil je meer cultuur, meer geschiedenis ? Die zijn er. Zo kunnen adepten van het soft-communisme of gewoon liefhebbers van recente geschiedenis in het zuiden van Belgrado het graf van Jozip Broz Tito bezoeken. "Begraaf me tussen mijn bloemen", had hij gezegd en daar ligt de man van ' de Derde Weg', in een park met een museumpje. Wie meer klerikaal gericht is of gewoon de architecturale schoonheid van een kerk verkiest, kan een bezoek brengen aan de Sint-Savakerk. Het is de grootste kerk van de stad, gewijd aan de prins, die monniek werd en de Servisch-orthodoxe kerk stichtte. Meer dan honderd jaar geleden werd aan de bouw begonnen, op de plaats waar de Ottomanen de overblijfselen van de heilige Sava verbrandden. Door oorlogen en communisme vertraagd, is het bouwerk nog steeds niet af.

Belgrado is geen homogeen 'mooie' stad zoals Barcelona, laat staan Venetië. Belgrado is anders. Er zijn fraaie, statige gebouwen, naast akelige woon- en werkdozen. Er is de ligging aan het water, er is ruimte en groen. Er is de rijke, zij het bloedige geschiedenis. En er is een ongeziene drang om van het leven te genieten. Daarom heeft Belgrado alles om een boeiende, alternatieve, nieuwe city-tripbestemming te worden, waarvan vrienden onder elkaar zeggen : 'Weet je waar je eens moet komen?' Wedden dat ze zich dan ook haasten om erbij te zeggen : ' En doe het liefst snel, nu het er nog 'anders' is! '

Nu Servië in de wachtrij staat voor de Europese Unie en nog niet half Europa er neerstrijkt..., is dit misschien wel je volgende stadsreis ?

Websites

www.travel-begrade.com
: officiële website van de stad ;

www.inyourpocket.com : gratis stadsgidsje, zowel online als in gedrukte vorm ;

www.belgradeeye.com/splavovi.html : lijst van splavovi ;

www.belgraded.com : bevat insidertips, zoals een lijst van niet-rokerscafés ;

-------------------------------------------------------------------------------------------------------

Allerlei

Karadzic Tours

Radovan Karadzic is de 'eigenzinnige' psychiater, dichter, politicus en president van de 'Servische Republiek in Bosnië' , die de Bosnische Serviërs in de jaren '90 aanvoerde en ten strijde stuurde. Na 12 jaar ondergedoken leven, werd hij in 2008 in Belgrado opgepakt en uitgeleverd aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Hij wacht nu in de cel in Scheveningen op de afloop van zijn proces, waarin hem oorlogmisdaden worden aangeklaagd. Toen Karadzic in 2008 eindelijk werd gevonden, bleek dat Europa's meest gezochte man, vermomd als gezondheidsgoeroe met grijze baard en bril - de kinderen noemden hem 'de kerstman'- jarenlang door niemand herkend een sjofel maar vrij normaal leven had geleid in Nieuw-Belgrado.

Een lokaal reisagentschap sprong hier vrijwel meteen op door Karadzic Tours aan te bieden. De rondrit kwam langs zijn flat, de plaats waar hij werd gearresteerd op een stadsbus, het café "Luda Kuca", waar hij kwam en waar een poster van hem hing...

Het agentschap "Vekol Tours" haalde het wereldnieuws met het initiatief, maar laat zich tegenwoordig in met MICE-toerisme. Het stamcafé "Luda Kuca" is er nog steeds, in "Blok 45" in Nieuw-Belgrado. Het is een pleisterplaats voor groepjes homohaters en naast afbeeldingen van Milosevic, Mladic en Karadzic hangen er nu ook posters van Che Guevara en Kadhafi.


The Federal Association of Globe-Trotters

Sinds 1999, is een subliem huiskamercafé in de ondergrondse verdieping van een appartementsblok. Tijdens de oorlogsjaren kwamen mensen er samen om ideeën en informatie uit te wisselen. De naam kwam er omdat ze onder Milosevic de mogelijkheid niet hadden om te reizen. (N.B. - Ceausescu ( Roemenië) wist ook alles van.., zo kwam het dat geen Roemeen een paspoort bezat en geen buitenlandse nieuws Roemenië bereikte - Gecko ).
Ze richtten de lokalen in met spullen die ze op de zolders en in kelders vonden en eigen meubelen die ze schonken. De plaats kreeg de bijnaam "Oma's huis".

Wat begon met enkele vrienden, werd de huidige globetrottersclub, met enkele duizenden leden uit Servië en bezoekers uit de hele wereld. Momenteel is er een bijzonder gezellig café en gaan er feesten, optredens, filmvoorstellingen en workshops over reizen door.

Adres : AUR, Bul. Despota Stefana 7/1.
site : www.usp-aur.rs



Wandelen, fietsen, bus en taxi


Geen betere manier om een stad te verkennen dan kilometers stappen; straat in, straat uit, het gratis stadsplan in de hand. Heel wat bezienswaardigheden liggen in Stari Grad ( Kalemegdan Fort) of op wandelafstand ( Silicon Valley ). Een plattegrond is zeer handig, omdat de straatnamen in het cyrillisch schrift staan vermeld. Naar verder afgelegen plaatsen zijn er veel en goedkope stadsbussen en trams. Een taxi kost een fractie van de prijs bij ons. Belgrado ligt op negen heuvels en is niet zo geschikt voor fietsen. Maar Nieuw-Belgrado is vlak en wel erg fietsbaar. En o.a. langs de rivieren zijn er steeds meer fietspaden. De fietsstrook langs de Donau maakt deel uit van de fameuze Donau Radweg. De Nederlander Ralph van der Zijden organiseert er veel fietstochten. Hij kan je fietsend ook heel wat achtergrondweetjes vertellen : www.ibikebelgrade.com

Macho Belgrado

Voor clubbing zijn er in Belgrado gelegenheden te over. Desnoods duurt het nightlife de klok rond. En mooie vrouwen ..., die lopen er bij bosjes, daar is iedereen het over eens. De jonge vrouwen doen er dan ook alles aan om zich zo patent mogelijk in de kijker te zetten : lange haren, slanke taille, hoge hakken, kleine rok of jurk of broek. Wie er goed uitziet, kan een van de sponzorusa worden, een 'gesponsorde vrouw' van een rijke man. De vrouwen het uiterlijk, de mannen het geld, is hier de regel ( N.B. - bij de buur en vriend -Roemenië - is het net zo, behalve de 'sponsoring' = Gecko).
Sommige mannen onderhouden meerdere vrouwen. Ze geven hen een appartement, kleren, reizen, luxe,... Want daar gaat het voor de geslaagde Servische man om : pronken met vrouwen en dure auto's. Dan kijken de andere naar hem op : 'Wie is de man wel?'. Een taboe rust hier duidelijk niet op seksualiteit. Toch niet zo lang het over die tussen man en vrouw gaat.
Anders gaat het er aan toe voor wie niet hetero is. Servië en ook zijn hoofdstad zijn niet bepaald homovriendelijk. De Gay Pride in Belgrado in 2010 telde meer politie dan deelnemers en ontaardde in rellen. Daarop werd de editie 2011 door de overheid verboden, omdat de veiligheid van de deelnemers niet kon gegarandeerd worden. Er mochten tegenbetogingen verwacht worden van groepjes die verbonden zijn met ultranationalisme, kerk, voetbal en misdaad en die vinden dat Serviërs geen homo zijn en homo's geen Serviër zijn. Voor homo's zijn er enkele homovriendelijke cafés en verdonken ondergrondgelegenheden ( http://belgradegaybars.com), maar homo-affectie in het publiek stoot op vijandige reacties.

Hotel Moskva en ?

Twee historische 'horecabedrijven' duiken steevast op in elke gids en reportage over Belgrado.
Hotel Moskva is een luxueus hotel uit 1906, met een curieuze art nouveau-gevel, die een herkenningspunt vormt in het stadscentrum. Het hotel lag langs de Orient Express en bediende de begoede clientèle van deze spoorlijn. Menige beroemdheid heeft er overnacht. Het is gerenoveerd en biedt vandaag hedendaags comfort en een goede keuken. www.hotelmoskva.rs

?
kreeg zijn mysterieuze naam omdat het woord 'kathedraal' van de bisschop uit de naam van het etablissement moest verdwijnen. Het '?' dat dan maar in de plaats kwam, heeft het café-restaurant aan de centrale Kralja Petra geen windeieren gelegd. 'Znak Pitanja' of 'The Question Mark' is het oudste café-restaurant van de stad en een populaire pleisterplaats.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------



* Het noorden van Servië - Vojvodina

Het noorden van Servië is helemaal anders dan de rest van het land. Vojvodina, zoals de streek heet, hoort geografisch bij Pannonië, de Midden-Europese vlakte. Haar vruchtbaarheid en de vorm van haar landschap is te danken aan de zee die hier ooit was. Enkele meter onder de bodem vind je nog schelpen en fossielen met zeewezens. De Donau is het laatste overblijfsel van de Pannonische Zee.

Vojvodina is een brok voormalig Oostenrijks-Hongaarse Rijk dat bij Servië kwam en dat is eraan te merken. De vruchtbare 'graanschuur van Servië is goed voor Oostenrijks aandoende stadjes, kloosters, bossen, akkers en wijnbouw.

Kloosters en wijn

Tussen Belgrado en Novi Sad wordt de laagvlakte onderbroken door het bosrijke heuvellandschap van Fruska Gora, dat de status heeft van Nationaal Park. Verspreid over Fruska Gora werden doorheen de eeuwen enkele tientallen kloosters gebouwd door Serviërs die door de Ottomanen naar het noorden waren verdreven en hiermee een traditie verderzetten.
Servië is immers een land van orthodoxe kloosters. ( N.B. - gelijk Roemenië, trouwens; de orthodoxe kloosters en kerken zijn mooi versierd en met de hand geschilderd, totaal in tegenstelling met de katholieke kloosters en kerken - Gecko). De verdreven Serviërs vonden een veilige haven in het Habsburgse rijk, waar ze landbouwgrond kregen en rechten die ze van de Ottomanen niet hadden. In ruil, fungeerden ze in de dun bewoonde streek die nu Vojvodina heet, maar ook in Bosnië-Herzegovina en Krajina, als een buffer tegen 'het gevaar uit het zuiden'.
Een van de kloosters is dat van Krusedol, in de omgeving van Irig. Het werd gebouwd in de 16de eeuw en de zuilen van zijn kerk zijn nog versierd met fresco's uit die tijd.
Afgelegen kloosters bezoeken heeft het voordeel dat je op het platteland komt. Terwijl de heuveltoppen begroeid zijn met dicht bos, dat de woonplaats vormt van herten, lynxen en wilde varkens en dat doorkruist wordt door menige wandel- en fietsroute, bieden de zuidelijke, zonnige flanken van Fruska Gora plaats aan zonnebloemvelden, fruitbomen en wijngaarden.

Sommige bewoners van een traditioneel plattelandshuis of salas - een afgelegen boerderij zo je wilt - stellen hun woning open voor bezoekers. Ze dragen met grote zorg en even grote liefde traditionele kleren, borduurwerk, werktuigen, foto's en herinneringen en ze delen het graag met hun bezoekers.
Folklore is in Oost-Europa nooit ver weg. Ze schenken ook thuis gestookte rakija, distillaat dat je overal in Servië drinkt en dat het gemaakt wordt van druiven, kweeperen, pruimen en walnoten. ( N.B. - hun buur heeft ook een gelijkaardig distillaat en het heeft verschillende namen en sterkte, afhankelijk van de geboortestreek : tuica, rachiu ( het klinkt Servisch), palinca, en. - Gecko).

Servië is historisch een wijnland. De combinatie van een druivenziekte en het communisme, dat vond dat de mensen beter in fabrieken konden werken, deed deze traditie de das om. De jongste jaren verschijnen echter steeds meer nieuwe initiatieven en zeer drinkbare eindproducten. Voor de reiziger heeft de toeristische overheid zelfs wijnroutes ontworpen.

Net buiten het park, is het stadje Sremski Karlovci, een goede uitvalbasis voor Fruska Gora. Zo Oostenrijks-barok als het plaatsje aandoet, van zo'n cultuurhistorisch belang is het voor de Serviërs, als voormalige zetel van de Servisch-orthodoxe kerk in het Habsburgse Rijk en culturele en politieke hoofdstad van Servisch Vojvodina. Sremski Karlovci was lange tijd de grootste Servische stad buiten Servië en was de plaats van de Servische renaissance.

Wat een plurinationaal kluwen deze streek is, blijkt uit de naamplaatjes aan de officiële gebouwen, die alles in maar liefst zes talen aangeven : Servisch, Hongaars, Slovaaks, Duits, Roemeens en Roetheens. En dan leven er in de streek ook nog groepjes Boenjewatsen en Roma, de laatste met diverse eigen talen. Naast Kroaten, Montenegrijnen, Macedoniërs, Oekraïners en 'Joegoslaven'. Kinderen krijgen les in hun eigen taal, naast het Servisch.

Vojvodina, met zijn vele minderheden die er tussen de overwegend Servische bevolking leven, heeft een autonoom statuut zoals Kosovo dat had. Het is de enige autonome regio die zich niet van 'het moederland' heeft afgescheurd.

Nieuw Plan

De echte hoofdstad van Vojvodina en enige stad van die omvang, is Novi Sad, aan de oever van de Donau. Novi Sad - 'Nieuw Plan' - is Servië's tweede grootste stad en tevens een universiteits- en industriestad. In het overwegend barokke historische klein centrum waken het bisschoppelijk paleis, het raadhuis, de kathedraal en een aantal andere kerken over de wandelstraten vol terrasjes. De aanblik van de omringende stadsdelen van jongere datum is karakterloos en monotoon.

Vlakbij Novi Sad ligt aan de andere oever de Petrovaradinvesting. Het fort in zijn huidige vorm deed uiteindelijk geen dienst tegen de Turken, omdat Eugene de Savoye met zijn veel kleinere leger Ali Pasja tegenmoet trok, onderweg verraste en zo in de pan wist te hakken.

De bruggen over de Donau kwamen tijdens de Navo-bombardementen in 1999 aan hun eind, waardoor de scheepvaart op de rivier stil viel. Intussen zijn ze alle drie heropgebouwd.

De onzalige Milosevic-periode heeft voor Novi Sad alvast een gunstig gevolg gehad : het jaarlijkse Exit Festival. Het vindt zijn oorsprong in het studentenprotest in het jaar 2000, toen veel muzikanten optredens kwamen geven. Na het vertrek van Milosevic, werd besloten om het protest verder jaarlijks te herdenken met een festival.

Voor de Servische jeugd, die lange tijd niet gemakkelijk een visum kreeg voor de EU, was het een mogelijkheid om in contact te komen met jongeren uit het buitenland. De buitenlandse jongeren kwamen naar Novi Sad in het spoor van een schare gereputeerde internationale artiesten.

Het festival vindt plaats in de sprookjesachtige setting van het Petrovaradinfort. Het gaat door voor een van de beste festivals van Centraal en Zuidoost-Europa en haalt elke zomer heel veel jong volk naar de stad.
Site : EXIT Adventure: EXIT Festival, Serbia, 9 - 12 July 2015 / SEA DANCE Festival, Montenegro, 15 - 18 July 2015

Gutcha Trompetfestival; info : www.guca.rs

National Tourism Organisation of Serbia : www.serbia.travel



* De Ottomaanse Connectie

Waar in het noorden van Servië, met Novi Sad en Subotica in het bijzonder, de Hongaarse invloed duidelijk aanwezig is, kom je in het zuiden van het land in een heel andere omgeving terecht. Hier heeft het Ottomaanse rijk zijn stempel gedrukt op onder meer het culinaire vlak en de architectuur.

Nis, met zijn 180 000 inwoners is de derde stad van Servie en het ligt centraal tussen Belgrado, Skopje en Sofia. Hierdoor heeft het altijd een belangrijke en strategische rol gespeeld in de regio. Dit was reeds het geval ten tijde van de Romeinen.
Keizer Constantijn de Grote, de eerste katholieke Romeinse keizer, werd rond 280 na Christus geboren in Nis. In de stad vind je nog de ruïnes van het Mediana, het zomerpaleis dat Constantijn in zijn geboorteplaats liet bouwen. De laatste jaren worden steeds meer ruines blootgelegd, waardoor je duidelijk het grondplan ziet van wat ooit een prachtig Romeins verblijf moet zijn geweest. Er is een klein museum over de opgravingen.

Net als in andere steden in Servie, vind je hier een citadel : Trdava. Niet alle onderdelen ervan zijn even goed onderhouden, maar het is zeker een wandeling waard. Links van de hoofdingang bevindt zich de lokale markt, waar het leuk rondkuieren is. Net achter de hoofdingang van de citadel vind je enkele trendy bars, waar je bij mooi weer,op het terras kunt genieten van een koffie of een lekker Servisch biertje.

Door zijn locatie heeft Nis te lijden gehad van verschillende oorlogen en veldslagen. De oudste herinnering hieraan is de 'schedeltoren' - de 'Tower of Skulls' - uit 1809. Volgens het verhaal geraakten tijdens de slag van Cegar de Servische troepen omsingeld door de Turken. De Servische opperbevelhebber, de hertog van Resava, zag geen andere uitweg dan een kogel af te vuren in de nog resterende munitie. Bij deze zelfmoordactie joeg hij niet enkel 4 000 van zijn eigen mannen de dood in, ook 10 000 Turkse soldaten lieten het leven. Als overwinningstrofee maakten de Turken na de slag een toren, waarin ze de schedels van 952 omgekomen Servische soldaten verwerkten. Vandaag blijven er nog 58 van over. Wat initieel een monument was van een verloren veldslag, werd een symbool van het Servische verzet tegen buitenlandse mogenheden, waarbij de opperbevelhebber wordt geëerd als een nationale held. Hoe de geschiedenis soms wordt verdraait...

Ook de tweede wereldoorlog heeft zijn sporen nagelaten. Een van de eerste Duitse concentratiekampen in de Balkan bevindt zich in Nis. Het 'Rode Kruis' concentratiekamp ging vanaf 1941 door als een hospital van het Rode Kruis. Het had een gelijkaardige functie als de Dossinkazerne in Mechelen : het was voornamelijk een doorstromingskamp. Een bezoek is een bevreemdende ervaring, vooral omdat je meestal een van de weinige, zoniet enige, bezoeker(s) bent.

Aan de andere kant van de stad bevindt zich het Bubanj Memorial Park. Op deze heuvel werden, onder meer vanuit het concentratiekamp, meer dan 10 000 Serviërs, zigeuners en andere gedeporteerden geëxecuteerd en begraven in massagraven. Tijdens de jaren '50 van de vorige eeuw, bouwde men een monument : drie gebalde vuisten. De grootste vuist staat voor de omgekomen mannen, een kleinere voor de vrouwen en de kleinste voor de kinderen.

Nis heeft ook te leiden gehad van de burgeroorlog. Aan het begin van de jaren '90 was de stad een bolwerk van Servische nationalisten en een basis van de special forces, die onder meer de installaties van de luchthaven van Mostar in Bosnië-Herzegovina hebben ontvreemd. Nis was echter ook de plaats waar, na de oorlog, de eerste protesten tegen Milosevic plaatsvonden.

Een monument aan de rivier, vlakbij de citadel, herdenkt de slachtoffers van het zwaarste NAVO-bombardement op het vlak van burgerslachtoffers. In 1999 dropte een Nederlandse F-16 clusterbommen, bedoeld voor de luchthaven, verkeerdelijk in de buurt van een hospital en een markt. 17 burgers kwamen hierbij om het leven, 70 mensen waren gewond. Na dit incident besliste Nederland geen clusterbommen meer te gebruiken.

Het Zuiden

De verschillen tussen het noorden en het zuiden van Servië zijn niet enkel zichtbaar, je proeft het ook. Hier vind je bijvoorbeeld een fenomeen dat je in het noorden niet ziet : de vele 'barbecue'-standjes met hun typische schouw. Verschillende soorten vlees, brood, groenten en sauzen zijn uitgestald, zodat je zelf een broodje kan samenstellen. Het wordt vervolgens voor je klaargemaakt op de barbequeplaat.

Vlak boven Kosovo bevindt zich het Nationaal Park Kopaonik, met de hoogste bergen van Servië. De 2017 meter hoge Pancicev Vrh spant hierbij de kroon. Het is een populair en goed uitgerust skioord. Je kunt hier tijdens de winter ettelijke kilometers afleggen op de ski's, voor een redelijk prijs en vlakbij je hotel. Buiten het seizoen zijn veel faciliteiten gesloten, maar kan je er nog steeds fantastische wandelingen maken en de vele kloosters bezoeken. Een van de weinig websites in het Engels is : Kopaonik - infoKOP - Home

Zlatibor


Hou je van de natuur, maar zijn hoge bergen niet je ding ? Dan zijn de groene heuvels van Zlatibor een aanrader. Deze regio, niet zo ver van de grens met Bosnië-Herzegovina en net ten zuiden van Uzice, is een aaneenschakeling van kleine dorpjes. De regio heeft veel veel weg van Connemara in Ierland.

Tijdens de winter kan je ook hier de skilatten boven halen. Het is vooral in de lente en de zomer dat deze streek ideaal is om te wandelen of te fietsen langs de vele dorpjes. Het toeristische centrum, met de meeste hotels en restaurants, ligt in Trzni. Hier stoppen ook de bussen, onder meer uit Belgrado en Uzice. Deze regio is immers heel populair als weekenduitstap.

Verder zuidwaarts reizen is ook een aanrader, ook per bus. Hoe dichter je bij de grens met Montenegro komt, hoe ruiger het terrein wordt. De wegen slingeren zich langs de bergflanken en rivieren.

Novi Pazar

Dit stadje van ongeveer 60 000 zielen, liegt net ten westen van de Kosovaarse grens en is zowat de meest Turkse stad van heel Servië. Het is bovendien een plaats waar orthodoxe Serviërs en moslims gewoon in vrede samenleven. Tot 1912 maakte de regio nog deel uit van het Ottomaanse rijk> In het centrum zijn er nog heel wat gebouwen uit deze periode te vinden, zoals de Altun-Alem moskee uit de16de eeuw. Het is een van de grootste moskeeën van de Balkan. Maar in en rond Novi Pazar zijn er ook andere gebedshuizen. Zo vind je in het centrum de Sint-Pieterskerk uit de 9de eeuw. Rond Novi Pazar liggen ook verschillende knappe Servisch-orthodoxe kloosters.

Net ten westen van de stad bevindt zich het door UNESCO beschermde Sopocani-klooster uit de 13de eeuw. Beschik je over eigen vervoer, dan is een uitstap naar het Studenica-klooster zeker een aanrader. Het ligt ongeveer 11 km van de hoofdweg die Novi Pazar en Kraljevo verbindt en is een van de mooiste kloosters van heel Servië. Geen wonder dat het deel uitmaakt van de werelderfgoedlijst van UNESCO.


Servië - Praktisch


Reisdocumenten

In 2000werden de diplomatieke relaties met het westen hersteld; in 2003 schafte Servië de visumplicht voor EU-burgers af; sinds juni 2010 kunnen EU-burgers met hun identiteitskaart naar Servië reizen.


Vluchten

Servië heeft een belangrijke luchthaven, Belgrado Nikola Tesla Airport.
Vanuit Brussel zijn er 4 rechtstreekse vluchten per week met JAT ( www.jat.com). ( N.B. - "Swiss" vliegt ook op Belgrado - prijzen rond 140 euro - Gecko).
Vanuit Charleroi vliegt Wizz Air (Wizz Air) 2 maal per week en uit Eindhoven 3 maal per week op Belgrado. (N.B. - Wizz Air vraagt een toeslag voor grote handbagage ( zie artikel in het "Backpackers Forum" van 03.10.2012) -Gecko)
Düsseldorf kan ook een alternatief bieden met Air Berlin ( www.airberlin.com).
Vanuit Nis zijn er vluchten naar Podgorica, de hoofdstad van Montenegro.

In principe zijn de vluchten, wanneer je voldoende lang op voorhand boekt, best betaalbaar.


Over land naar Servië

Het is niet onmogelijk om met eigen wagen naar Servië rijden. De afstand van Brussel naar Belgrado bedraagt 1700 km. Kijk na of je verzekerd bent voor de landen waar je doorheen reist.

Er rijden heel wat internationale treinen vanuit de buurlanden, zoals Hongarije en Bulgarije.


Transport in Servië
Treinen zijn goedkoper dan bussen, maar wel trager.
In Servië betaal je een taks om de bus te nemen; het is een beetje vergelijkbaar met een luchthaventaks, maar dan voor busstations. Deze taks zit normaal gezien in de prijs van je ticket; hoe groter het station, hoe meer je betaalt. Het busstation van Belgrado is het duurst.
Het is gemakkelijk om contact te leggen met de mensen op het openbaar vervoer en vrij veel Serviërs spreken Engels.
Sites :
[DLMURL]http://www.zeleznicesrbije.com/actove/en/home.html[/DLMURL] = treinverbindingen;
www.bas.co.rs/basweb_eng/redvoznje.asp = bussen van en naar Belgrado ;


Logies

Het stereotype logiesaanbod wordt stilaan opengebroken, met meer variatie in de hotels en nieuwe hostels voor wie het goedkoop wil.
In Belgrado vind je ook flats te huur.
Er zijn ook campings : sites :
www.camping.rs - C.A.S. ( Camping Association of Serbia); online overzicht van kampeerterreinen, met
info, foto's en een link naar de toeristische dienst; via deze site kan je de brochure
'camping treasures in the Balkan' downloaden (pdf).
www.serbia.travel - National Tourism Organisation of Serbia - publiceert een kaart met toeristische
hoogtepunten en een kaart met kampeerterreinen;


Websites

www.serbia.travel -
zie boven ;

www.camps-serbia.com - Camping Association of Serbia ;

www.balkantravellers.com - site voor reizigers naar de Balkan ;

www.bturn.com - uitstekend cultureel magazine voor de Balkan : "the Balkans are where the shit
happens. And we like it !"

www.komshe.com - site van lokale reisgidsen en kaarten ;

www.serbiainyourhands.com - gidsenuitgever ;

www.011info.com/en/publishing/merkur-sv - kaarten van Servië & de deelgebieden ;



Belgrado Greeters


BELGRADE GREETERS

  • Belgrade Greeters are friendly and enthusiastic
  • Belgraders who are happy to share the city they love.A wonderfull experience for families, friends and individual traveling solo, Greeters help travelers feel welcome and get more from their stay in Belgrade.
  • Belgrade Greeters services are offered FREE OF CHARGE.
  • Belgrade Greeters welcomes all visitors without regard to race, color, creed, gender, age, sexual orientation, marital status or disability.
  • The Belgraders who serve as Greeters are all volunteers, come from varied backgrounds.


VISITORS

  • Come and discover Belgrade’s charms: the rivers atmosphere, its renowned cuisine and numerous attractions. Enthusiastic and friendly locals welcome you and share their city’s secrets.
  • If you want to discover the city in a unique way, our Belgrade Greeters are ready to welcome you and share a couple of hours with you.
  • They love their city and will make you discover their areas of interest, neighborhood, and favorite places.
  • Don’t wait any longer, if you want to see Belgrade in a different way, if you want to meet its people and all of this for free, come and request a greeter on our website ( www.belgradegreeters.rs)

======================================================================
N.B. - ik heb deze info toevallig gevonden en ik weet uit ervaring dat de beste manier om een stad, streek van een land te verkennen is een "local"; en in Belgrado zijn er ook, en gratis bovenop...mensen die graag hun stad willen laten zien. Fantastisch ! - Gecko.

Achtergrondlectuur

Het is een lange lijst...maar moet iemand geïnteresseerd zijn, stuur een PM of gewoon in het forum vragen en ik ga je de lijst bezorgen - Gecko.

======================================================================

Ambassade van België in Belgrado : Diplomatie.be

De diensten van deze Ambassade bestrijken zowel de Republiek Servië als Montenegro.

N.B. - ik hoop dat jullie dit adres niet gaan gebruiken...uit eigen ervaring weet ik dat alleen in geval van misère je naar toe gaat..en het hangt nog af wat soort misère je hebt....

=======================================================================


KOSOVO - Cultureel erfgoed in een nieuw land


Kosovo is niet de meest voor de hand liggende vakantiebestemming.
Het is nog maar 13 jaar geleden dat er in Kosovo een oorlog woedde, maar daar is tegenwoordig niet veel meer van te zien. Je kan momenteel ook veilig door vrijwel het hele land reizen en de bezienswaardigheden bezoeken. De erfenis van 5 eeuwen Turkse overheersing is in de steden nog goed te zien. Maar ook zijn in Kosovo veel typisch Albanese en Servische monumenten te vinden. Doordat Kosovo klein - een derde van België - en grotendeels vrij vlak is, kan je in een paar dagen de meeste hoogtepunten van het land zien. Maar je kan Kosovo ook heel goed combineren met Albanië, Montenegro, Macedonië of Servië.

Oorlog en onafhankelijkheid

Kosovo is altijd bewoond geweest door een Albanese meerderheid en een Servische minderheid. Na de Eerste Wereldoorlog werd Kosovo echter niet toegewezen aan Albanië, maar aan het nieuw gevormde Koninkrijk van Serviërs, Kroaten en Slovenen.
Binnen de Socialistische Federatieve Volksrepubliek Joegoslavie van Tito kreeg Kosovo een grote mate van autonomie. Die werd rond 1990 weer afgeschaft door de Servische leider Milosevic, die benadrukte dat in Kosovo de bakermat van de Servische cultuur lag.

Na jaren van vreedzame strijd voor onafhankelijkheid begon het Kosovo Bevrijdingsleger (UCK) met aanslagen, gevolgd door Servische represailles, uitmondend in etnische zuivering en vluchtelingenstromen. De (burger)oorlog werd in 1999 beëindigd door luchtaanvallen van de NAVO en Kosovo werd in feite een internationaal protectoraat ( formeel binnen Servië). In 2008 riep Kosovo eenzijdig de onafhankelijkheid uit, die door een groot aantal - maar lang niet alle - landen wordt erkend.

De Kosovaarse vlag, met het blauw van de EU, zie je trouwens veel minder wapperen dan de Albanese rode vlag met de dubbele adelaar. Onder weg kom je overal grafmonumenten voor gevallen UCK-strijders tegen. Op een heuvel boven de stad Decan bevindt zich een indrukwekkend kerkhof met een groot aantal graven met foto's van jonge mensen din in 1999 zijn omgekomen. In het centrum van Pristina staat een wand met foto's van vermisten uit de laatste oorlog.

Overigens maakt het grootste deel van Kosovo tegenwoordig een vredige indruk. Alleen in het noordoosten - in en voorbij Mitrovica, waar de Serviërs in de meerderheid zijn - is de situatie nog gespannen. De meest interessante plaatsen liggen echter in het westen van het land, dat hoofdzakelijk door Albanezen bewoond wordt. Wel wordt nog gewaarschuwd voor mijnen, maar daar hoef je niet bang voor te zijn zolang je op de gebaande paden blijft.

Tekke's

Vrijwel de gehele Albanese bevolking in Kosovo is islamitisch, maar niet zo streng in de leer als in het Midden-Oosten. Op straat zie je nauwelijks gesluierde vrouwen en zijn meisjes met korte rokjes heel gewoon. Op de terrassen zitten veel mannen alcohol te drinken.

Een aanzienlijk deel van de Kosovaren is lid - dervish - van een suffiorde : een vrijzinnige en mystieke stroming binnen de islam. Hier kun je voor het eerst in aanraking komen als je een tekke in Gjakova bezoekt. De zoon van de sheh - de spirituele leider - geef je een rondleiding door het gebouw en uitleg over de religie. Hier worden geen gezamenlijke gebedsdiensten gehouden worden , maar eens per jaar aanhangers van deze orde van over de hele wereld bijeenkomen voor een ceremonie met zelfkastijding. Aan de muur hangen de voorwerpen waarmee ze hun lichaam doorboren.

Andere dervish-orden houden wekelijks een tranceverwekkend ritueel. In Prizren kun je uitgenodigd worden naar een Helveti-tekke. De deelnemende mannen lopen hand in hand langzaam in cirkels rond, bewegen telkens hun hoofd van links naar rechts, en roepen daarbij de hele tijd Allah aan. Na afloop van het ritueel is er nog een ontspannen nazit met thee in de sfeervolle binnentuin van het complex.

Kulla's

In de 18de en 19de eeuw bouwden veel welvarende Albanese families een versterkte woning : een kulla. Kulla's zijn vierkante torens van meestal drie verdiepingen, met tot 1 meter dikke muren. De begane grond heeft geen ramen en is bestemd voor het vee. Op de eerste verdieping bevinden zich de woon- en slaapvertrekken en de keuken. De bovenste etage, die ook rechtstreeks via een trap te bereiken zijn, wordt gebruikt om gasten te ontvangen. Dit is de oda.

Hoewel de meeste kulla's in Kosovo - als symbolen van de Albanese cultuur - door de Serviërs in 1999 werden kapotgeschoten, zijn sommige inmiddels weer gerestaureerd. Enkele kulla's zijn te vinden in de steden Peja en Gjakova. Ze worden onder meer gebruikt als zetel van de Monumentendienst en als café. In het dorp Isniq, vlakbij Decan, kan je een kulla van binnen bezichtigen. De kinderen van de familie die dit huis al 220 jaar bewoont, kunnen je meenemen naar de oda : een stijlvol ingerichte ruimte, met een rood-zwart tapijt en rondom dikke kussens op de grond.

In het nabijgelegen dorp Dranoc is er een straatje met alleen maar kulla's. De laatste werd door een Zweedse organisatie helemaal opgeknapt en ingericht voor seminars en als overnachtingsplaats voor toeristen.

Servisch-orthodoxe kloosters

In de late middeleeuwen behoorde Kosovo tot het Groot-Servische Rijk. In de 14de eeuw werden hier enkele orthodoxe kloosters gebouwd, die door de Serviërs nog steeds tot hun belangrijkste heiligdommen worden gerekend. In 1348 verklaarde de Servische kerk zich onafhankelijk van de Grieks-orthodoxe kerk en vestigden zij hun eigen Patriarchaat in Pec. Hier en in het Visoki Decani klooster zijn Servische koningen, patriarchen en aartsbisschoppen begraven.

Deze beide kloosters bevinden zich in West-Kosovo, even buiten de steden Peja en Decan, rustiek gelegen in dalen tussen de hoge bergen van de Albanese Alpen. Aangezien ze in een gebied met een overwegend Albanese bevolking liggen, worden ze streng bewaakt door KFOR-militairen. Als je daar aankomt, stuit je op een blokkade met pantserwagens, bellen die dienstdoende soldaten even met de autoriteiten in het klooster en moet je je paspoort tijdens het bezoek afgeven. Binnen de poorten van de ommuurde kloosters, met grote tuinen en akkertjes, heerst trouwens een vredige sfeer.

Historische steden

De hoofdstad Pristina is in alle opzichten het centrum van Kosovo, maar zeker niet de mooiste stad van het land. Het is een grote, drukke, maar niet ongezellige plaats met brede boulevards. De laatste jaren is er veel gebouwd om alle nieuwe nationale instituties een plaats te geven. De grote internationale gemeenschap en de vele studenten zorgen voor een rijk aanbod van uitgaansgelegenheden.

De stad heeft nog maar een klein historisch centrum, met enkele oude moskeeën, een badhuis, en een klokkentoren. Sommige monumenten zien er nogal verwaarloosd uit. Wel de moeite waard is een bezoek aan het sfeervolle Emin Gjiku complex : een nog origineel ingericht Ottomaans herenhuis en gastenverblijf in een grote tuin, een oase van rust.

Het nationale Kosovo Museum heeft een interessante archeologische tentoonstelling, maar een groot deel van de collectie is door de Serviërs ontvoerd naar Belgrado.

Prizren, de stad met het grootste aantal Ottomaanse gebouwen van Kosovo, is de laatste oorlog redelijk ongeschonden doorgekomen. Bij de oude brug is een gezellig pleintje met een fontein en rondom terrassen. In de onmiddellijke omgeving vind je hier ook de belangrijkste moskee en de kathedraal van de stad. Aan de overkant van de rivier bevinden zich verschillende monumentale moskeeën, een prachtige hammam en een karakteristiek complex waar Albanese nationalisten zich in e 19de eeuw verenigden ( nu museum).

Wil je even de drukte ontvluchten ? Volg dan vanaf de oude brug het pad langs de rivier door het dal en klim daarna door het bos naar de kasteelruïne boven de stad. Van hieruit heb je een prachtig uitzicht over de hele stad en verre omgeving en loop via de steile straatjes van een oude wijk zo weer terug naar het stadscentrum.

Gjakova is een wat kleinere en rustiger handelsstad halverwege Prizren en Peja. Het is een geschikte verblijfplaats voor een bezoek aan beide steden en aan het Decani-klooster en de kulla's in Dranoc en Isniq. Hoewel Gjakova in de oorlog zwaar beschadigd is, zijn alle soorten Ottomaanse architectuur hier nog vertegenwoordigd en werden alle monumenten hersteld. De oude houten bazar (Carsija), die in 1999 in brand was gestoken, is weer in oude luister herbouwd en heeft zijn oorspronkelijke functie teruggekregen.

In het stadcentrum vind je onder meer een rijk beschilderde moskee uit 1595, een madrassa ( Koranschool), enkele herenhuizen en 2 hans. De Hani Haracise is een 17de-eeuwse herberg voor handelslieden, met prachtige houten veranda's, waar je op de sfeervolle binnenplaats heerlijk kunt eten. Even buiten het centrum bevindt zich nog een meer dan 100 m lange Turkse brug. Van daar kan je via een woonwijk een heuvel - met de oorlogbegraafplaats - op, om er vanaf het terras van een restaurant uit te kijken over de stad.

Peja, - in het Servisch Pec - is de 2de grootste stad van Kosovo. Het is prachtig gelegen aan de voet van de Albanese Alpen. De stad is in de oorlog voor het grootste deel verwoest en oogt daardoor nogal modern. Verspreid over het centrum zijn echter nog tal van oude gebouwen te vinden : een hammam, kulla's en een watermolen. Sommige zijn wat moeilijk te vinden en in een niet zo goede staat. Een mooi Ottomaanse huis is bewaard gebleven en ingericht als etnologisch museum. Bij de conservator, die een interessante rondleiding geeft, kun je terecht met al je vragen over Albanese tradities.

Een groot rechthoekig plein, met hotels en tal van terrassen, vormt het centrum van Peja. 's Avonds zie je hier kinderen op stepjes of in speelgoedauto's rondjes rijden. Om de hoek is een voetgangersstraatje, met aan weerszijden alleen maar cafés en bars. Langs de terrasjes lopen groepjes jongens en meisjes in luchtige kleding - hoewel het 's avonds best wel afkoelt - een enkel stelletje en een gezien met kinderwagen voortdurend de straat op en neer.

Rugovo-kloof en Albanese Alpen

Ten westen van Peja en Decan strekken zich de uitlopers van de Albanese Alpen uit, met veel toppen boven 2000 m. Met zijn 2656 m is de Gjeravica de hoogste in Kosovo. De makkelijkste toegangsweg tot dit woeste berggebied is de rustige weg door de Rugovo-kloof naar de Cakor-pas, net over de grens met Montenegro.

Even buiten Peja, aan het begin van het dal, ligt het klooster van het Patriarchaat van Pec. De kloosterkerk is heel bijzonder omdat tegen de hoofdkerk nog enkele kleinere, donkere kerkjes vol prachtige oude fresco's zijn aangebouwd.

Het eerste deel van het dal is het meest indrukwekkend. De weg loopt langs een snelstromende rivier. Aan weerszijden rijzen de bergwanden honderden meters de hoogte in. Aan het eind van het dal houdt het asfalt op vlak voor de ( nu gesloten) grens met Montenegro. Daar kan je eventueel een grindweg naar het winterspoortoord Boge of een bosweg naar de katun Guri i Kuq nemen. Dit is een bergweide met enkele boerderijen en 2 complexen met bungalowtjes voor toeristen. In het bijbehorende restaurant kan je heerlijk eten en kijk je vanaf het terras over de omliggende dalen en bergen. Op anderhalf uur klimmen ligt een prachtig bergmeertje.


Kosovo Praktisch

* Reizen naar Kosovo

- rechtstreekse vluchten vanaf Brussel naar Pristina ( en Tirana ) worden aangeboden door de chartermaatschappijen "TUIfly" (www.tuifly.be)en "Belle Air" (www.belleair.eu), zeker buiten het seizoen voor lage prijzen. Met lijndiensten moet je altijd een keer overstappen.

- vanuit de Macedonische hoofdstad Skopje rijdt elke uur een bus die je binnen 2 uur in Pristina brengt; vanaf Tirana is recent een snelweg naar Kosovo (Prizren) aangelegd, waarmee de reistijd tot 3 uur bekort is ; Let op : de enige grensovergang met Montenegro is bij Rozaje, waardoor je niet rechtstreeks van Peja naar Plav kunt ( deze grenz wordt streng bewaakt ! )

- aangezien Servie de onafhankelijkheid van Kosovo nier erkent, kom je Servië niet binnen als je rechtstreeks uit Kosovo komt; ook kan je beter niet door Kosovo rijden met een huurauto met Servisch nummerplaat.

Reizen in Kosovo

- tussen Pristina en alle andere steden en ook over de weg Prizren - Gjakova - Peja rijden meerdere bussen per uur en de reistijd bedraagt nooit meer dan 2 uur; veel wegen zijn smal, druk en met gaten in het wegdek; de busstations liggen vaak even buiten het stadscentrum; in Pristina, kost het 3 euro per taxi om het busstation te bereiken.

- het spoorwegnet is beperkt tot de lijnen Skopje - Pristina en Pristina - Peja, met op beide lijnen slechts 1 trein per dag; er rijden helaas geen bussen van Prizren naar de Sar-bergkamm op de grens met Macedonië en ook het berggebied Dragash in de zuidwesthoek van Kosovo is nauwelijks per openbaar vervoer bereikbaar; wel rijdt er 2 keer per dag - om 7 en 15 uur - een minibusje vanuit Peja door de Rugovo-kloof naar Kuciste, nabij de grens met Montenegro.

Slapen, eten & drinken

-
aangezien het toerisme in Kosovo nog in de kinderschoenen staat ( N.B. - juist nu moet je gaan, als het
toeristisch wordt, is het te laat, alle prijzen gaan stijgen en een onbedorven land gaat je niet meer vinden
- Gecko), is er weinig keus wat de hotels betreft en zijn er nauwelijks pensions en B&B; daardoor is het
moeilijk om een goedkope kamer ( onder de 50 euro per kamer) en gezellige accommodatie te vinden.
(N.B. - maar wie echt zoekt...-Gecko); als je in de Magaraj-kulla in Dranoc wilt overnachten ( 15 euro
p.p.), dan moet je dat tevoren met de manager regelen : e-mail : naim.uka@chwb.org of tel : 00377/
4460.9479
.
- restaurantjes zijn er in de steden en onderweg voldoende te vinden; er worden vooral smakelijke
grillgerechten met salades aangeboden, maar soms kan je er ook heerlijke stoofpotjes krijgen; en met
een karaf Kosovaarse of Montenegrijnse wijn erbij, betaal je daarvoor ong. 10 euro p.p.
- cafés zijn er in overvloed en ze zijn vooral 's avonds druk bezet; Albanezen drinken vooral koffie en
raki (druivenjenever) (N.B. - familie van de Griekse raki ? -Gecko); de meeste restaurants en cafés
hebben terrassen en daarlangs speelt zich in de avond veelal een pantoffelparade op een autovrije straat
af.

Reisgidsen & kaarten

-
er is eigenlijk maar 1 gespecialiseerde reisgids over Kosovo beschikbaar en dat is de Brandt-gids
"Kosovo" (2de editie van november 2010); de "Lonely Planet"-gids "Western Balkans" biedt slechts
summiere informatie over Kosovo, maar is wel handig als je meerdere landen wilt combineren.
- een uitstekende serie gidsen, met actuele informatie over diverse steden in met name Oost-Europa, vind
je op www.inyourpocket.com ( ter plekke ook te koop); in de gidsjes van Pristina en Prizren staan
onder andere, overzichten van bustijden, accommodaties en uitgaansgelegenheden.
- in boekwinkels, bv in Pristina, is er een eenvoudige, maar bruikbare "Road and Tourist Map of
Kosovo" ( 1 : 250.000) voor een paar euro te koop; bij de Municipality Tourist Information van Peja
zijn gedetailleerde kaarten van de berggebieden in Noordwest Kosovo verkrijgbaar : Albanian Alps (1:
100.000) en Rugova Valley (1: 20.000), met veel landweggetjes en voetpaden.

======================================================================

Wandelen in de Vervloekte Bergen

In het grensgebied van Albanië, Montenegro en Kosovo ligt een ruig bergmassief.
De Servisch-Montenegrijnse naam van dit massief is "Prokletije", terwijl het in het Albanees "Bjesket e Namuna" heet. In beide talen betekent dit : "Vervloekte Bergen". Het gebied wordt in het Nederlands ook aangeduid als "Albanese Alpen".
Deze brede bergketen strekt zich uit van Slovenie, over Kroatië, Bosnië-Herzegovina en Montenegro, tot aan Albanië. Het is een grillig kalksteengebergte vol spleten en grotten, dat 'karst' wordt genoemd.
Er zijn tientallen toppen boven 2000 m , en op de grens van Albanië en Montenegro ligt een indrukwekkende bergrug met pieken tot 2695 m. De bergwanden rijzen steil uit de dalen op en de kammen zijn scherp gekarteld.
De Albanese Alpen lijken daardoor op de Dolomieten, maar dan zonder de toeristische voorzieningen en de drukte. Het gebied wordt weinig bezocht, omdat het in een uithoek van zowel Albanie als van Kosovo en Montenegro ligt en de verbindingen daarheen te wensen overlaten. De stadjes aan de rand van de bergen in Kosovo ( Peja en Decan) en Montenegro ( Plav en Gusinje) zijn echter goed te bereiken, zowel met de auto als per openbaar vervoer. Van daaruit maak je mooie wandelingen, waarbij je eventueel kan overnachten in zogenoemde eco-katuns : bungalowtjes op zomerweiden.

In Noordoost - Albanië liggen diverse dorpjes in de dalen die alleen met terreinwagens en minibusjes - via steenslagwegen over hoge passen - bereikbaar zijn. In een aantal traditionele dorpen zijn de afgelopen jaren pensions geopend. De dorpen zijn onderling verbonden door muildierpaden, waardoor je hier ook meerdaagse wandeltochten kunt maken. Daarvoor moet je wel soms duizend meter klimmen en dalen. Begin vorige eeuw heeft de Engelse antropologe Edith Durham als eerste westerse vrouw de Albanese Alpen doorkruist. Over haar barre voettochten en ontmoetingen met dorpsbewoners schreef ze het boeiende boek "High Albania", dat in 2009 opnieuw werd uitgegeven.

Ontvolking en toerisme

Door een gebrek aan bestaansmogelijkheden en de geïsoleerde ligging trekken steeds meer bewoners van de Albanese Alpen naar de stad of zelfs het buitenland. Sommige komen in de zomer terug voor vakantie, om familie te bezoeken of hun huis en land te onderhouden. Daardoor vind je daar als toerist makkelijk iemand die goed Duits of Engels spreekt. Maar door de ontvolking raken in de dorpen steeds meer karakteristieke boerderijen en akkertjes in verval. Ook zijn daar bijna geen voorzieningen meer, hooguit nog een aftands winkeltje annex bar.

Om deze negatieve spiraal te doorbreken, hebben enkele buitenlandse ontwikkelingsorganisaties de afgelopen jaren initiatieven ontplooid om (kleinschalig) toerisme in dit berggebied te bevorderen. Met hun financiële steun werden bijvoorbeeld authentieke boerderijen voorzien van moderne badkamers, waardoor ze konden worden opengesteld voor toeristen. Aangezien er in de dorpen geen restaurants zijn, worden in die pensions ook alle maaltijden voor de gasten verzorgd. Voor de eigenaars levert dat een aardig inkomen op, terwijl de bezoekers de eerlijke keuken leren kennen, met vooral producten van het eigen land.

De Duitse organisatie GTZ maakte de publicatie van wandelgidsjes en - kaarten voor verschillende delen van de Albanese Alpen mogelijk. Een aantal wandelroutes werd beschreven en ingetekend, sommige daarvan zijn bovendien gemarkeerd. Dit wil nog niet zeggen dat de routes in het veld altijd makkelijk te vinden zijn, maar het volgen van de doorgaande muildierpaden levert meestal geen problemen op. De afgelopen zomer kregen de eerste berggidsen in het gebied een opleiding van hun Duitse collega's.

Moskeeën en Kulla's

Tot een eeuw geleden maakte het hele gebied van de Albanese Alpen deel uit van het Ottomaanse Rijk, meer bepaald Europees Turkije. In dit tijd liepen er belangrijke karavaanroutes door deze regio en waren plaatsen als Gusinje en Peja welvarende handelssteden. Het grootste deel van de bevolking van dit berggebied heeft zich destijds bekeerd tot de islam. In Kosovo en Prokletije ( Montenegro) zie je dan ook overal moskeeën. Alleen de bewoners van de afgelegen bergdalen van Noord-Albanië zijn rooms-katholiek gebleven.

In Albanie en kosovo is de bevolking hoofdzakelijk ( etnisch-) Albanees. In het Montenegrijnse deel van het berggebied ( Prokletije) wonen ook veel Albanezen, maar vooral Bosniakken: moslims van Slavische afkomst, die 'Servo-Kroatisch' spreken. Overigens leven de verschillende bevolkingsgroepen in de Albanese Alpen van oudsher harmonieus samen. Zo bevinden zich in Gusinje een moskee, een katholieke en een orthodoxe kerk vlakbij elkaar. In het Montenegrijnse stadje Plav werden tijdens de Kosovo-oorlog ook duizenden Albanese vluchtelingen opgevangen.

De Albanezen in de berggebieden van Noord-Albanië, Kosovo en Montenegro behoren traditioneel tot verschillende clans. Hun onderlinge verhoudingen werden eeuwenlang bepaald door de regels van de Kanun. Een tot de verbeelding sprekend onderdeel daarvan is de bloedwraak. Als er iemand werd gedood, dan had de familie van het slachtoffer de plicht om de dader te doden ( N.B. - het klinkt me een beetje 'a la Mafia' ( of andere Italiaanse families van dezelfde orde) of vergis ik me ?; whatever, de Roma's hebben dezelfde gewoonte altijd gehad en nu nog... :frown:- Gecko ). Om zich te beschermen tegen aanvallers, verschanste het doelwit zich veelal in een kulla: een toren met schietgaten, met bovenaan een woonvertrek. Momenteel zijn er in de Albanese Alpen nog een aantal kulla's te bewonderen.

Dagtochten in Montenegro

Het meest geschikt voor een eerste kennismaking met het spectaculaire berglandschap en de cultuur van de Albanese Alpen, is Montenegro. Sinds 2009 is Prokletije erkend als Nationaal Park.
Dit gebied is in 4 uur te bereiken vanuit de Montenegrijnse hoofdstad Podgorica, ook per openbaar vervoer (bus).

De grootste plaats van dit gebied is Plav, een wat rommelig stadje. Het is echter mooi gelegen aan een groot meer, met aan weerszijden hoge ronde bergen, die je via gemarkeerde paden kan beklimmen.
Overnachten en eten is mogelijk in verschillende complexen langs het meer. In het centrum van Plav staat een prachtige 17de-eeuwse kulla, die helaas niet van binnen te bezichtigen is.

Sfeervoller dan Plav is Gusinje, dat bovendien over een modern hotel beschikt. Tussen de grote moskee en een kleine houten moskee loopt een gezellig winkelstraatje, met tal van cafeetjes. ' s Avonds is het hier verkeersvrij en lopen groepjes jongeren de straat op en neer langs de terrassen.

Vanuit Gusinje kan je prachtige dagwandelingen maken door de smalle dalen in het hart van de Albanese Alpen. Op weg naar het Ropojana-dal kom je achtereenvolgens langs de Ali Pasha Springs - waar het water uit de grond borrelt -, een ondergrondse waterval en een groen-blauw meertje met ijskoud water. Van aan het eind van dit dal kan je naar een paar gletsjermeertjes net over de grens met Albanië klimmen. Er is hier ook een doorgaand muildierpad, dat via een hoge pas (Qafa Pejes) naar het Albanese dorp Thethi loopt, maar het is moeilijk om toestemming te krijgen om door de bergen de grens over te steken.

Het Grebaja-dal eindigt in een amfitheater van steile wanden met gekartelde bergkammen. Hier kan je overnachten of wat eten en drinken in een restaurant met daarachter een aantal bungalowtjes. Vanaf je veranda zie je de oranje gloed van de ondergaande zon op de imposante bergwand. De meeste van deze pieken zijn alleen te bedwingen door geoefende klimmers, maar de Volusnica-berg kan iedereen beklimmen. Bovenaan zijn er een aantal richels, die schitterende uitzichten bieden op het Grebaja-dal met de spitse toppen daaromheen en in de verte het Meer van Plav. Aan de andere kant zie je een dal met dorpjes in Albanië, met weer hoge bergen daarachter.
Vanuit Gusinje gaat er ook een weggetje naar Vermosh in Albanië, met een officiële grenspost ( Grncar). De weg is alleen te berijden met een terreinwagen.

Trektocht in Albanië

Voor een bezoek aan de Albanese kant van het berggebied kan je het best een week uittrekken. De snelste en makkelijkste manier om hier te komen is via Kosovo. Van de Albanese hoofdstad Tirana rijden er rechtstreekse bussen over de snelweg naar Prizren, en vervolgens via Gjakova, naar de provinciehoofdstad Bajram Curri.

Veel mooier zijn echter de aanreisroutes vanaf Shkoder, de grootste stad van Noord-Albanie. Van hieruit rijden er dagelijks minibusjes naar Bajram Curri, naar Thethi en naar Vermosh. Voor de reis naar Bajram Curri mmak je een prachtige, 2 uur durende vaartocht met een ferry ( of een passagiersboot) over het nauwe stuwmeer van Koman, tussen hoge bergwanden. De wegen naar Thethi en Vermosh zijn niet geasfalteerd en slingeren zich via haarspeldbochten over hoge passen, met steeds wisselende uitzichten.
Vermosh ligt in de meest noordelijke punt van Albanië en je voelt je daar ook wel een beetje aan het eind van de wereld. Het dorp bestaat uit verschillende buurtschappen met mooie karakteristieke boerderijen, waarvan sommige in verregaande staat van verval. Het kleine centrum bij de grote kerk maakt een deprimerende indruk omwille van zijn gesloten winkels/bars. Het is echter heerlijk om tussen de velden het brede dal door te lopen, met telkens overstapjes bij de erfafscheidingen.

De tegen de Montenegrijnse grens gelegen gemeente Kelmend telt meer dorpen met pensions. Van hieruit kan je lichte wandelingen door dalen of tegen hellingen maken, eventueel naar het volgende dorp. Landschappelijk is dit misschien niet het meest bijzondere deel van de Albanese Alpen, maar wel het meest authentieke. Je ziet er nauwelijks buitenlanders en voorzieningen voor toeristen.

De doorsteek van Kelmend naar Thethi is een van de moeilijkste wandelingen in het gebied. Thethi is misschien wel de mooiste plaats van de Albanese Alpen. Het ligt wel afgelegen in een kom, omringd door de hoogste bergen van het massief. Thethi bestaat uit een aantal buurtschappen, met vrijwel uitsluitend authentieke natuurstenen huizen. Een groot aantal daarvan is beschikbaar als guesthouse. In de zomer worden ze voor een deel gebruikt door buitenlanders, die Engelse les geven aan de plaatselijke jeugd. Daardoor kan je als toerist hier makkelijk je weg vinden.

Behalve enkele cafeetjes / terrasjes zijn er in Thethi geen voorzieningen. Het interieur van de guesthouses is sober en donker, maar je zit eigenlijk de hele tijd buiten op het erf, tussen de scharrelende kippen en varkentjes. Daar krijg je ook meestal de maaltijden geserveerd. Het is heerlijk om een dagje in en rond dit dorp te vertoeven en de bezienswaardigheden te bezoeken : een oud kerkje, 2 als museum ingerichte kulla's, een watermolen, een waterval, een diepe kloof en stroomversnellingen. Iets meer energie vragen de gemarkeerde wandelingen die je in de omgeving kan maken.

Een populaire wandeling is de oversteek naar het Valbona-dal. Hoewel je daarvoor ook 1000 m moet klimmen en dalen, is dit geen moeilijke wandeling, omdat je de hoogteverschillen geleidelijk overbrugt via een muildierpad naar de pas. Doordat de gravelweg door het Valbona-dal naar de provinciehoofdstad Bajram Curri een paar jaar geleden verbeterd is, komen hier steeds meer toeristische voorzieningen, waaronder enkele echte hotels en restaurants. Dit gaat ten koste van de authenticiteit van deze vallei, maar de paar traditionele gehuchten zijn gelukkig uiterlijk niet aangetast. Het zijn trouwens vooral Albanese dagjesmensen, die in de Valbona-vallei urenlang komen dineren en natafelen. Dit is goed te begrijpen, want het zicht op de hoge bergkam op de grens met Montenegro is werkelijk magnifiek. De leukste verblijfplaats voor wandelaars is halverwege het dal, in de gueshouse of de hut van de ondernemende familie Selimaj en de Amerikaanse Catherine, die daar haar hart letterlijk en figuurlijk verpand heeft.
Het enthousiasme spat af van hun website : www.journeytovalbona.com

Voor wandelingen in het Kosovaarse deel van de Albanese Alpen, zie hoofdstuk over Kosovo in dit dossier.


======================================================================

Da' was't ! Als ik nog verdere info's ergens tegenkom, plaats ik ze ook hier, dus het is toch niet "da' was't!" ;)- Gecko
 
Laatst bewerkt door een moderator:
World Nomads Travel Insurance
Bovenaan