Booking.com

DOSSIER : THAILAND ( met de trein, de tempels in Khorat, boatraces, enz)

Gecko

Well-Known Member
TREINRIT - Tussen groene muren

Geen leuker vervoermiddel dan de trein om een land te leren kennen. In treinen hebben romances plaats, avontuur, bijzondere ontmoetingen en allerlei verwikkelingen. In Thailand is dat niet anders.

Chiang Mai en de giraffevrouwen

In het noorden grenst Thailand aan Laos en Myanmar. Het gebied was lang berucht om zijn opiumteelt, maar vandaag gaat het er een stuk vrediger aan toe. Een goede uitvalsbasis is Chiang Mai, de Roos van het Noorden. Van hieruit worden avontuurlijke trekkings georganiseerd, te voet of op de rug van een olifant, of je kan kennis maken met mysterieuze bergvolkeren.Vanuit Chiang Mai kan je op dagtrip naar de bergvolkeren van het noorden. In totaal zijn ze met 450.000, met hun eigen taal, religie, kleding en bouwstijl. Bekendst zijn de 'langnek- of giraffevrouwen', met hun halzen die in koperen ringen gehuld zijn. Zij behoren tot de stam van de Padaung en leven vooral in de provincie Mae Hong Son, maar kleine groepjes kunnen ook worden bezocht in de heuvels rondom Chiang Mai.

Overigens hebben die vrouwen geen langere nek dan andere stervelingen. Wel drukt het gewicht van de ringen het sleutelbeen en de bovenste ribben naar beneden.

De Giraffevrouwen :http://www.youtube.com/watch?v=6eKrV65aypU

De zware cirkels rond hun nek dient als bescherming in de bos tegen luipaardsaanval ( de luipard valt z'n prooi eerst aan de nek ); ( P.S.- ik heb een andere dorp bezocht, en de spiraal is inderdaad zwaar; zelf de kinderen krijgen het, en jaarlijks wordt een cirkel of twee bij gezet - Gecko :) )

Chiang Mai is zelfs 500 jaar ouder dan Bangkok. De stad ligt in een vruchtbare vallei, helemaal omringd door rivieren en groene heuvels. Chiang Mai is eerst en vooral een walhalla voor lekkerbekken. Aan elk straatstalletje van de stad kan je wel een pittige Khao Soi (rijstnoedelsoep), een heerlijke Phad Thai (gebakken noedels) of een zalige Tom Kha Gai (kokossoep met kip) eten voor amper 2 euro. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Thaise kookcursussen hier zo populair zijn bij de westerlingen.

Nachtmarkt

Er is geen markt in Thailand zo fameus als de night bazaar in Chiang Mai. Het wordt gehouden op de drukke Thanon Chang Klan. Krampjes en overdekte hallen tonen je alle producten van Noord-Thaise handwerkkunst : doeken en kleren, houtsnijwerk, sieraden, paraplu's antiek en namaakkunst. Ook daar gaat je de stammen van Noord-Thailand ontmoeten. Tegenwoordig, is de markt uitgegrooid en alles is verkrijgbaar.
Info : www.chiangmainews.com

Hier kun je virtueel zelf een bezoek brengen : http://www.youtube.com/watch?v=b1IHVi4Ol7c

De geur van Chiang Mai snuif je het best op tijdens een wandeling langs een van de talrijke markten die elke dag her en der in de stad gehouden worden. Laat je met een fietstaxi tot bij de Sompat-markt brengen, een klein maar uitstekend geassorteerde groente-, fruit- en vismarkt waar alles kraakvers is.
De talloze kraampjes op de dagelijkse bazaar van Chiang Mai zijn dan weer geschikt voor elke klasse van souvenirjagers: je vindt er goedkope T-shirts, jeans, horloges, juwelen en andere hebbedingetjes, maar ook het betere houtsnijwerk, vlechtwerk en allerlei andere ambachtsproducten die vaak door de bergstammen uit de regio zijn vervaardigd en hier door de kleurrijk uitgedoste vrouwen aan de man worden gebracht.
Voor authentieke shoppers: mis het Celadon-aardewerk niet, waarvan het oppervlak door het bakproces gecraqueleerd is. En ook de handbeschilderde parasols van Bo Sang zijn een omweg waard.

Wellness

Op de Night Bazaar zie je ook talloze Thai en toeristen die zich vakkundig onder handen (of voeten) laten nemen. Voor 10 euro laat een masseuse je een uur genieten van een massage waarop de Thai dat al duizend jaar doen. Wie het wat luxueuzer wil, kan in zijn hotel terecht. Een aanrader is het boetiekhotel RarinJinda. Aan het hotel is een wellness- en spagedeelte om u tegen te zeggen. Wie een behandeling precies op maat wil laten maken, kan een beroep doen op de kuurdokter. Een Vitality of Life-behandeling van een halve dag bestaat uit een Guava-voetenscrub, bodyscrub, aromatherapie, oliemassage, stomende kruidencompressen en een luxueuze gezichtsmassage die alle stress en vermoeidheid uit je lichaam doen vloeien. De specialistes van het huis omringen je met alle zorgen, draven af en aan met kruidentheetjes en hapjes en leggen je in de watten alsof je tot de koninklijke familie behoort.

De grootste trekpleister van de stad zijn de tempels of 'wats': meer dan 300 en vooral binnen de grachten van de oude stad is het heerlijk om je in een fietsriksja te laten rondrijden van de ene tempel naar de andere en te genieten van de sereniteit van bijvoorbeeld Wat Prah Sing (uit de 14de eeuw) of Wat Chedi Luang, met 9 meter hoge boeddha's en reuzenolifanten.

********************

Vlak voordat de trein het station van Chiang Mai verlaat, worden de wagons nog even gewassen en staan de stewardessen klaar om de reizigers te verwelkomen. Voor de reis van Thailands noordelijke station naar Bangkok staan slechts 4 wagons klaar. Meer zijn niet nodig om alle passagiers te vervoeren. Normaal is de trein langer.
Na een korte toeter van de locomotief zetten de 4 wagons zich keurig op tijd in beweging. Chiang Mai is sinds 1922 aan het Thaise spoor gekoppeld. Een route dwars door de jungle heeft er voor gezorgd dat de stad economisch is ontsloten. Dat is te zien als je uit het raam kijkt : fabrieken en winkelcentra sieren het uitzicht de eerste paar kilometer. Maar het duurt niet lang voordat de fabrieken worden verruild voor dikke, ondoordringbare jungle.

Chiang Mai telt meer dan 300 tempels.

Met donkerbruin uniform, glimmend koperen knopen en een strenge pet controleert de conducteur de kaartjes. De stewardessen lopen in kaki pakjes achter hem aan en delen lunches uit en schenken drinken in. De trein zucht door de - nog beboste - bergen. Toenemende ontbossing is een probleem in Noord-Thailand. Gelukkig is er nog veel diepgroene jungle over, waardoor het bij vlagen lijkt alsof de trein tussen twee groene muren rijdt.
Langzaam daalt de trein af en rijd je de centrale vlakte van Thailand in. Eindeloze rijstvelden in vele kleuren groen, liggen als puzzelstukken rond het spoor. Spierwitte ibissen pikken eten uit de velden, ooievaars cirkelen boven de bomen en blauwe ijsvogels zitten op de elektriciteitskabels en kijken naar de trein. Een enkel spoor voert dwars door de velden. Pas bij stationnetjes is er even een stukje dubbelspoor, zodat treinen elkaar kunnen passeren. Het gevolg is dat er bij de meeste stations even gewacht moet worden.
Na 10 uur in de trein dalen de wolken neer over het overstroomde land en begint het te regenen. Kort daarop wordt het donker en bereik je de oude hoofdstad Ayutthaya, waar je uitstap om de trein naar Bangkok te nemen.
Alleen al 15 treinen rijden dagelijks het 80 kilometer lange traject tussen de vroegere en de huidige hoofdstad van Thailand. Duur : anderhalf tot twee uur. Dan bereik je de buitenwijken van Bangkok. De wielen knarsen over de rails. Huisjes met golfplaten daken zijn vlak langs het spoor gebouwd. Mannen, vrouwen en zwerfhonden zitten op de rails. Langzaam breidt het aantal sporen zich uit. Van twee tot uiteindelijk veertien als je het Hua Lamphong, het hoofdstation van Bangkok, binnenrijdt.

Hua Lamphong is het grootste en oudste station van Thailand en in 1916 gebouwd naar het ontwerp van een Italiaanse architect. Alle vier de Thaise treintrajecten ( noord, noordoost, oost en zuid) beginnen of eindigen in het centrum van Bangkok.

Je kunt alles bezoeken per riksja (tuk-tuk) of per fiets.



==============================================
Info
In Thailand zijn vier treinhoofdroutes te onderscheiden: noord naar Chiang Mai, zuid naar Hat Yai en Maleisië, noordoost naar Laos en oost richting Khorat ( volgende artikel gaat over "Tempels in Khorat"). Alle routes beginnen of eindigen in Bangkok.
Ieder station in Thailand kan voor ieder traject plaatsen reserveren tot wel 60 dagen vooruit; daarnaast is het mogelijk via internet te boeken (www.railway.co.th).
De reis van Chiang Mai tot Bangkok kost 611 baht ( ongeveer 12 euro) voor een zitplaats in de tweede klasse met aircon ditioning, inclusief lunch. De 22 uur durende rit van Bangkok tot Butterworth kost 1210 baht ( ongeveer 24 euro) voor een bed in de tweede klasse met airco. Wie tot Hat Yai in de eerste klasse reist, krijgt een eigen kamertje op wielen voor 1494 baht ( ongeveer 30 euro).
Reizen per trein is veilig. Alleen dit nog : let op je bagage, er zijn inderdaad zakkenrollers en dieven actief.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Met de luxe E & O Express
Naast de reguliere treinen rijdt er tussen Chiang Mai, Bangkok, Kuala Lumpur en Singapore ook de uiterst luxe "Eastern & Oriental Express".
De E & O Express is sinds 1993 de exotische variant op de beroemde Oriënt Express.
In de E & O Express reis je in een airconditioned compartiment langs rijstvelden en door charmante dorpjes. De trein is gerestaureerd met authentieke materialen naar een idee van containermagnaat James B. Sherwood. Door het gebruik van koper en hout ontstaat de bijzondere sfeer van lang vervlogen tijden.
De trein heeft 22 rijtuigen en 66 stijlvolle privé-compartimenten, 3 restauratiewagons, een barrijtuig en een observatierijtuig. Topkoks verzorgen verfijnde maaltijden aan boord. Er is een kledingadvies en de hoge servicegraad geldt 24 uur per dag.
De Eastern & Oriental Express rijdt de route van Singapore via Kuala Lumpur in Maleisië naar Bangkok en Chiang Mai in Thailand en terug. De gehele route is ruim 2 000km lang. Er zijn diverse excursiemogelijkheden.
Kijk verder op de website www.orient-express.com
---------------------------------------------------------------------------------------------------------
P.S. - ik reisde dezelfde traject zoals boven beschrijven, maar vanaf Bangkok naar Chiang Mai, om daarna, via Chiang Rai, naar Chiang Khong, de rivier Mekong over, tot aan de Laotiaanse kant; daarna verder per boot op de rivier Mekong tot in Luang Prabang (Laos).
De traject ( per trein) Bangkok - Chiang Mai is een aanrader !


"Reis" nu zelf : http://www.youtube.com/watch?v=4JdwmCReAF0 ( deel 1)
http://www.youtube.com/watch?v=4JdwmCReAF0 ( deel 2)
Chiang Mai : http://www.youtube.com/watch?v=zEavpLIxARY
 
Laatst bewerkt:

Gecko

Well-Known Member
Goddelijke ode in steen

Overblijfselen van het machtige Khmerrijk zijn in heel Zuidoost-Azië terug te vinden, vooral in Cambodja en Thailand. Cambodja heeft zijn Angkor Wat als belangrijkste attractie, maar in het noordoosten van Thailand staan ook enkele tempelcomplexen die er mogen zijn.

De provincie Nakhon Ratchasima (Khorat) en Buriram behoren tot de minst bezochte gebieden van Thailand. Een bezoek kost ook moeite : er is geen geoliede toeristenindustrie in dit deel van Thailand. Ondanks het feit dat hier de prachtige tempels van Phimai en Phanom Rung liggen.
De stad Phimai is als het ware rondom de overblijfselen van het oude Khmercomplex van Vimaipura ( zoals het in de geschriften van de bekendste Khmerheerser Jajavarman VII voor komt) heen gebouwd. Alsof de nieuwe gebouwen de oude willen beschermen. Dat is niet helemaal gelukt. Door ondeugdelijk bouwmateriaal, het klimaat en de nodige vernielingen van de mens was er tot het begin van de 20e eeuw bijna niets van de monumenten over. Een veldje met hopen steen. Sinds 1954 is er, met Franse financiële steun en expertise, grondig gerenoveerd. Met groot succes.
Zodra je de bus verlaat en het park inloopt, maken de geluiden en drukte van de brommertjes en bussen plaats voor het getjilp van vogels en de rust van het diepgroene gras en bemoste monumenten.
Loop via de toegangsweg, langs de mythologische dieren,richting de hoofdtempel. De bouw van de tempel werd gestart in de 11e eeuw, ruim een eeuw eerder dan de bouw van Angkor Wat. Vandaar dat de medewerkers van het park graag willen vertellen dat de architectuur van Angkor misschien wel is geïnspireerd op die van Phimai.
Als je door je wimpers naar de foto van de centrale complex met de drie torens kijkt is het een beetje alsof je in Cambodja staat en naar het beroemde complex kijkt.

Bezoek het beroemde complex : http://www.youtube.com/watch?v=VWtnKeUSjBs


Naast de overblijfselen van de tempel staat het museum van Phimai aan een grote vijver aan de overzijde van de weg. Tot 25 jaar geleden fungeerde het gebouw als opslagplaats voor de beelden en decoraties die in het tempelcomplex werden gevonden. Midden jaren 80 van de vorige eeuw is het gebouw tot museum verbouwd en vind je er een overzicht van de Khmercultuur en de plaats van de Khmer in de geschiedenis van Thailand en Zuidoost-Azië. Buiten de muren van het museum, onder een golfplaten afdak, staan rijen beelden, ornamenten en taferelen uit het epos "Ramayana" en andere hindoe verhalen.

Het tempelcomplex van Phimai is een opmaat voor een van de best gerestaureerde tempels van Thailand : die van Phanom Rung. De tempel staat in de provincie Buriram, 130 km van Khorat richting Cambodjaanse grens.
Als je met de bus aankom, zie je in de verte de vulkaan al. Bij de afslag naar het dorpje Ban Ta Po staat een handjevol jongens met brommertjes. Ze willen je graag voor een aantal baht naar de tempel brengen. En zo kun je scheuren achterop een brommertje dwars door de rijstvelden richting de uitgedoofde vulkaan die als een soort molshoop uit een groen gazon lijkt gedrukt. Na een aantal scherpe bochten en steile stukken bereik je de parkeerplaats. Vanaf de parkeerplaats loop je langs een paar verlaten souvenirwinkeltjes de trappen op naar de ingang.
Als je bovenop het plateau staat lijkt het alsof de vulkaan midden in een zee van rijstvelden staat, die tot ver in Cambodja loopt. Totdat ze letterlijk worden gestopt door het Cambodjaanse Dongrek gebergte.
Voor je ligt een toegangsweg die naar een brug leidt waar een parade van mythologische dieren lijkt te beginnen. De optocht wordt ingeleid door de Nagas, de vijfkoppige cobraslangen wier slangenlijven de leuningen van een brug vormen als symbool voor het water. Welgeteld 52 treden hoger, in het tempelcomplex, spreid de mythische vogel Garuda zijn vleugels langs de randen van het hoofdgebouw en laat Gajasimha, een leeuw met paardenbenen en een soort olfantenslurf, zich berijden door zijn god Kuvera. In een van de kamers van de hoofdtempel staat het rijtuig van oppergod Shiva, de stier Nandi. Aan de achterzijde van de tempel houden de leeuwachtige Singhas de wacht.

In de stenen zijn prachtige reliëfs van Shiva te vinden. Een gehurkte Shiva geflankeerd door twee Singhas, Shiva liggend op een draak, Shiva in gevecht met Garuda en Shiva als Nataraja, verwoestend dansend op de aarde. Naast afbeeldingen van Shiva, in menselijke hoedanigheid wordt hij ook symbolisch afgebeeld, in de vorm van de lingam, de fallusvorm. Deze staat prominent in het centrum van de hoofdtempel.
De tempel mag dan voornamelijk voor Shiva zijn, een beeld in het complex doet vermoeden dat koning Jayavarman VII zichzelf ook liet verheerlijken. Staand poseert hij voor een zij-ingang, met een serene blik en de ietwat vlezige lippen zoals je ze ook ziet in Angkor Wat.
Maar bij de tempel van Phanom Rung gaat het niet alleen om de beelden, maar ook om de bijzondere bouw. In de hoofdtempel staan 15 poorten in een lange rij achter elkaar. Een paar keer per jaar schijnt de eerste straal van het warme ochtendlicht tegelijk door alle poorten.

INFO

De stad Khorat staat rechtstreeks in verbinding met Bangkok en is per trein of bus te bereiken. Van hieruit is het relatief eenvoudig om beide tempelcomplexen te bezoeken. De bus naar Phimai vertrekt ieder half uur vanuit terminal II. De 60 km wordt afgelegd in 75 minuten.
Vanuit dezelfde terminal gaat de bus richting Phanom Rung voor ongeveer 85 baht ( rond 2 euro) in drie uur tot de kruising Ban Ta Po. Op de kruising staan tal van jongens met brommers, die je voor 350 baht ( ongeveer 7 euro) naar Phanom Rung en weer terug willen brengen in 15'. Een taxi om beide complexen op een dag te bezoeken kost ongeveer 2000 baht ( rond 40 euro).
De bus van Bangkok naar Khorat vertrekt vanuit het noordoostelijke Mow Chit busstation en legt de afstand voor 227 baht ( ongeveer 5 euro) in drie uren af.
De tempel in Phimai is alle dagen open van 7.30 uur tot 18 uur geopend. Het museum is open tussen 8.30 uur en 16.00 uur. Phanom Rung is geopend van 6 uur tot 18 uur, alle dagen van de week. Op de speciale dagen, wanneer het licht door alle poorten schijnt is de openingstijd vervroegd. De entreekosten voor beide tempelcomplexen zijn 40 baht ( ongeveer 1 euro); de toegang tot het museum kost 30 baht ( ongeveer 0,80 euro).

Naar Khorat, gratis en voor niets : http://www.youtube.com/watch?v=ZO9-DAcAtOA


=======================================================================
Trouwpartij in Isan

door Alexander Reeuwijk
Isan noemen de Thai het niet-toeristische noordoosten van hun land. Deze streek heeft nog een traditionele cultuur, uitgestrekte rijstvelden en waterbuffels.

Het is mei als we uitgenodigd worden voor een bruiloft in hartje Isaan. Na een 9 uur durende busrit vanuit Bangkok komen we 's nachts aan bij een verlaten busstation in Roi. Een oude truck brengt ons nog eens een uur verder, over hobbelige wegen en zandpaden, naar het dorp waar de bruiloft zal zijn. Tijdens de rit vertelt een oudere vrouw over het dorp; er wonen ongeveer 100 mensen, maar de meesten van hen verblijven in Bangkok. Het zijn veelal de jongeren die in de grote stad hun toekomst en geld zoeken. Zo ook de bruid Nid (26 jaar) die in de miljoenenstad Bangkok werkt als kledingverkoopster. Maar hoe ver haar dorp ook is en hoe minimaal de voorzieningen er ook zijn, maandelijks keert ze, net als de anderen, terug naar haar familie.
Het dorpje bestaat uit een paar donkere houten huisjes bij elkaar. We slapen in een van deze hutjes op de grond. De dag begint vroeg; rond zeven uur is het al druk rond het huisje van de bruid. Het is tijd voor het gemeenschappelijke ontbijt met viscurry, omelet en plakrijst. Iedereen zit aan grote, lange tafels en eet met de handen.
Later in de ochtend vertrekken de jongens en mannen naar de rijstvelden om te werken. De vrouwen maken ondertussen de versieringen van bananenbladeren voor de bruiloft. Die middag ontmoeten we de bruid. Naast haar verhaal over haar leven in Bangkok vertelt ze over haar verloofde, Poh. Ze kennen elkaar van de middelbare school in zijn dorp en hebben nu 6 jaar een relatie. Haar verloofde is nu in zijn dorp, omdat ze elkaar de twee dagen voor de bruiloft niet mogen zien. Maar na de bruiloft moeten ze drie dagen bij elkaar zijn.
We zoeken Poh op in zijn dorp. Hij zit op de veranda van zijn huis als zijn familie witte touwtjes om zijn polsen bindt. Op deze manier laten ze blijken verbonden te zijn. Ook stoppen ze geld in zijn handen. Ook in dit dorp worden versieringen gemaakt. Met bananenbladeren onder onze armen rijden we op de brommer terug naar het dorp van de bruid waar vanavond een feest is, voorafgaand aan de trouwerij zelf.
Om acht uur de volgende dag sluiten we aan in een optocht die richting het huis van de bruid gaat. Voorop loopt de bruidegom in een wit, zijden pak met slippers, gevolgd door zijn familie en dorpsgenoten. Achteraan lopen mensen met trommels. Als de stoet arriveert bij haar huis houden haar jongeren zussen symbolisch een ijzeren ketting over de oprit - een teken dat ze haar goed beschermen en dat ze hopen dat de bruidegom deze taak overneemt.
De bruid wacht boven in het huis. Een oudere dorpsgenoot vertelt een kort verhaal waarmee hij het stel geluk wenst. Een ja-woord is er niet, evenmin de kus. In plaats daarvan is het onze beurt om witte touwtjes om de polsen te binden en wat geld te geven. Na dit ritueel heeft elke pols ongeveer 100 touwtjes die er vanzelf af moeten vallen. Met dit gebaar is de bruiloft voorbij. Het is 10 uur in de ochtend, tijd om met zijn allen te gaan eten. Na het eten gaan de mannen weer naar de rijstvelden en ruimen de vrouwen alles op. Het net getrouwde stel moet de dagen in en rond het huis blijven. Ze hebben hun eigen kamer waar ze geacht worden heen te gaan. Misschien alsnog tijd voor de kus ?

=========================================================================

Hoog op de olifant
door Walter De Vries

How. how, roep ik, terwijl ik mijn benen stevig achter de oren van Yuki druk. Tot mijn stomme verbazing luistert de olifant en stopt. We staan midden in de jungle in het noordoosten van Thailand, vlakbij Chiang Rai.

Wanner ik pai, pai roep, gaat ze verder. Uit blijdschap dat ze naar me luistert, aai ik haar stevig over de kop. Het is de tweede dag van de mahouttraining die ik en andere reizigers tijdens een verblijf in het tentenkamp van de "Four Seasons" volg.
Een mahout is de vaste olifantenverzorger. Mahout is een Indiaas woord en wordt in Thailand veel gebruikt. In het Thais heet een mahout kaochang, maar die naam zul je bijna nergens horen.
Vroeger werden de olifanten gebruikt in de houtindustrie, maar omdat houtkap sinds enkele jaren verboden is door de Thaise regering, zijn veel mahouts en olifanten werkloos. Veel olifanten en hun mahout zijn daardoor de straat op gegaan en bieden toeristen als een soort van discutabele circusattractie tochtjes aan. Met het trainingsprogramma wordt geprobeerd de dieren terug te brengen naar hun natuurlijke habitat en de mahout te helpen aan inkomsten. ( N.B. - als je een olifantentocht wilt maken, zorg dat op de rug van de olifant geen "stoel" wordt gezet; die "stoel" veroorzaakt open wonden op de olifant z'n rug en het doet hem pijn; op de rug van de olifant zitten zonder "stoel", gaat perfect - ik heb het gedaan in India, zonder problemen; en als dankgebaar, geef hem veel banaan, hij is erop verlekkerd :) - Gecko)
We dragen speciale kleding : een stevige wijde broek en bijpassend shirt. Verder leren we de commando's in het Thais : gaan en stoppen, het optillen van de voorpoot zodat je gemakkelijk op kunt stappen, iets oppakken en achteruit lopen. Maar ook het laten zakken van de kop, zodat je deze als glijbaan kunt gebruiken om er vervolgens weer op te springen. (N.B. - vergis je niet, het vel van de slurf is zeer gevoelig, dus geen "olifantshuid", zoals vele beweren. - :frown:Gecko).
Dan begint het echte werk en krijgen we onze eigen olifanten toegewezen voor de komende dagen. Ik krijg de 19 jaar jonge Pang Yuki, Japans voor "sneeuw". In haar korte leven heeft ze na haar geboorte in Surin een tijdje in Japan gewoond, waar ze werd gebruikt in reclame-commercials. Toen ze in Thailand terugkeerde, belandde ze in Pattaya waar toeristen rondjes over het strand op haar rug mochten maken. Nadat haar mahout Kun Kan in contact was gekomen met het Thai Elephant Conservation Centre kwamen mahout en olifant terecht in het tentenkamp van de "Four Seasons".
We stijgen op. Niet via een trap en dan op een houten stoel op de rug van de olifant (N.B. - weet je nog wat ik over "een toeristische stoel "zei" ? - Gecko), maar als een echte mahout: via een poot de nek op, de benen achter de oren van de olifant (N.B.-...en het gaat perfect ! -Gecko). We oefenen de commando's. Maar welk commando ik ook roep, Yuki weigert iets te doen. Na diverse keren begint het er op te lijken dat Yuki mijn stem herkent en luistert ze. Ze gaat naar links, wanneer ik daarom vraag en vervolgens naar rechts. Soms stopt ze, niet op mijn commando, maar om een stuk gras uit de grond te rukken.
Het is tijd voor een trip door de jungle. Op een gegeven moment staat Yuki stil en begint rustig met haar slurf aan wat bladeren te plukken. Wat ik ook zeg: er is geen beweging te krijgen in het ruim 2000 kilo wegende dier. Pas wanneer haar eigen mahout Kun Kan, die naast ons meeloopt, haar iets toeroept, luistert ze.
Yuki waggelt verder door de jungle en ik geniet van de omgeving. Na 1 uurtje beginnen de spieren in mijn bovenbeen behoorlijk pijn te doen. Ik ben blij wanneer we weer terug zijn en ik weer vaste grond onder mijn voeten voel.

De volgende dag gaan we opnieuw de jungle in, richting rivier. Het is ongelooflijk, maar Yuki lijkt al mijn commando's te volgen. Wanneer ik haar met opzet een stuk langzamer laat lopen, laat ze dat gewoon toe. Wanneer ik haar het commando rennen geef, doet ze dat. Ondertussen rent Kun Kan achter ons aan. Wanneer we bij de rivier zijn aangekomen springt hij via Yuki's slurf achterop en hup, we gaan het water in.
Alle olifanten lijken het fantastisch te vinden en gaan door de knieën en kopje onder, met de mahouts nog op hun rug. Het wassen der olifanten kan beginnen. De groep begint luid te schateren, wanneer Yuki een andere olifant nat spuit, waarbij iedereen drijfnat wordt.
Alles gaat nu zo gemakkelijk. Wanneer ik 's avonds nog steeds met spierpijn in mijn bovenbenen in mijn tent lig, hoor ik een luid olifantgetoeter. Zou het Yaki zijn, die mij ook mist, zoals ik haar ?
(N.B. - de olifanten hebben een van de beste geheugen, op korte en lange termijn:) - Gecko)

Info :
- in Thailand zijn diverse projecten om olifanten te beschermen en weer terug te brengen in de natuur, zoals "Bring The Elephant Home", een initiatief van de Nederlandse Antoinette van de Water. Via dit project kun je al voor ongeveer 60 euro per jaar een olifant adopteren.
Voor filmpjes, foto's en meer info over de diverse projecten kun je de volgende websites bezoeken :

www.bring-the-elephant-home.nl
www.fourseasons.com/goldentriangle
www.changthai.com
www.thailandelephant.org

P.S. Een zeer emotionant verhaal over liefde tussen mens en dier: Mark Shand - India per olifant, ISBN 90 5831 0426 :)


=============================================================================

"Fietsen door Bangkok


De drukke verkeerschaos van de Thaise hoofdstad Bangkok is voor veel mensen overweldigend; smog, files en druk getoeter doen het voorkomen of alle elf miljoen inwoners tegelijk van A naar B willen. Maar wie de stoute schoenen aantrekt en op de fiets gaat zitten, ontdekt een heel ander Bangkok dan in de folders staat. Achter grauwe straathoeken verschijnen ineens authentieke volkswijken, verborgen tempels en paradijselijke oases. Het geheim? Het ware Bangkok kan het beste op twee wielen worden ontsloten.

Khlongs

Bangkok wordt in tweeën verdeeld door de Chao Phraya-rivier, de hoofdader tussen het verstedelijkte centrum en het oude Thonburi. Vanuit de rivier lopen ontelbare kanalen ( klongs ) tot ver buiten de stad, met aan hun oevers houten huisjes, drijvende markten en originele boeddhistische tempels. Veel klongs zijn in de loop der jaren gedempt om plaats te maken voor stenen straten en huizenblokken. Tegelijkertijd verdwijnen ook veel boten van het water, simpelweg omdat de nieuwe metro een stuk sneller en schoner is dan een tocht over het vaak vervuilde rivierwater. Toch zijn er nog genoeg klongs te vinden waar de paal- en vlotwoningen druk worden bewoond en het leven gewoon doorgaat alsof de tijd niet bestaat. De klongs lopen kriskras door een sappig groen gebied waar de Thai nog op traditionele wijze leven. ‘De Groene Long' van Bangkok is een compleet andere wereld, waar het tempo aanzienlijk lager ligt en de altijd vriendelijke Thai een bestaan opbouwen in de soms verbazingwekkend grote stadsjungle. Tussen vruchtbare plantages, waar mango's, papaja's, doerian en ander tropisch fruit worden verbouwd, komt Bangkoks bijnaam – het ‘Venetië van het Oosten' – pas echt goed tot zijn recht.

Idyllische oase

Nu is fietsen in Thailand natuurlijk niet nieuw. Naast een groeiende populariteit bij de Thai zelf, heeft ook Nederland ontdekt dat het stalen ros heel goed is in te zetten bij een bezoek aan de grotere steden. Zo hebben touroperators als Travelmarker Reizen en SNP een vakantie op de fiets vast in het pakket zitten. Maar ook Nederlandse deskundigen trekken naar Bangkok en omstreken om er land- en reisgenoten door de stad te loodsen. Amazing Bangkok Cyclist van Michiel Hoes bijvoorbeeld, die zijn klanten naar het idee en volgens de route van de in Bangkok woonachtige Hollandse legende Co van Kessel langs paden en lanen stuurt. Van Kessel verkende de stad per fiets omdat hij gefrustreerd raakte over de rampzalige verkeersomstandigheden. In de loop der jaren is uit zijn nieuwsgierigheid een schitterende route ontstaan, die de moeite van het boeken absoluut waard is. Niet alleen doe je verscheidene markten en volkswijken aan, maar komen er onderweg ook prachtige eeuwenoude tempels voorbij.

Eenmaal aangemeerd bij 'het groene hart van Bangkok, blijkt dat de meeste auto's zijn verdwenen, net als de weg! In plaats van vaste grond onder je voeten, fiets je vanaf nu over betonnen fietspaden op palen, die dwars door een landschap van rijstvelden, mangroves en pittoreske Thaise dorpjes voeren.


Het ware Bangkok

Een fietstocht door Bangkok begint meestal met een warming-up -tochtje door de stad, waarbij de eerste honderden meters over de imposante zesbaanswegen op iedereen indruk maken. Hier mag een bezoek aan een van de vele markten die de stad rijk is, niet ontbreken. De Thai staan bekend om hun grote liefde voor eten en tussen de dampende ketels, woks en geïmproviseerde grills snap je meteen waar zij de mosterd echt halen. Daarna wordt er doorgefietst naar de rivier Chao Phraya, van waar je de boot pakt naar het groene hart van de stad. Eenmaal aangemeerd, blijkt dat de meeste auto's zijn verdwenen, net als de weg! In plaats van vaste grond onder je voeten, fiets je vanaf nu over betonnen fietspaden op palen, die dwars door een landschap van rijstvelden, mangroves en pittoreske Thaise dorpjes voeren. Soms scheer je letterlijk over het kleine erf van de Thai die langs de klongs leven. Het absolute hoogtepunt is Phra Pradaeng, een idyllische eilandoase die eerder aan een Thais paradijs doet denken dan aan de hoofdstad. Een dromerig décor van palmbomen, orchideeën en loslopend kleinvee is je deel, afgewisseld met vriendelijke zwaaiende locals en meerennende kinderen die geen genoeg kunnen krijgen van de fietsende farang (buitenlanders). Als je weer op de watertaxi terug naar de stad verzucht dat je eigenlijk niet weg wilt, weet je wat wij bedoelen. Dit is het ware Bangkok.

Toch zijn er nog genoeg klongs te vinden waar de paal- en vlotwoningen druk worden bewoond en het leven gewoon doorgaat alsof de tijd niet bestaat. De klongs lopen kriskras door een sappig groen gebied waar de Thai nog op traditionele wijze leven. "


Bron : Meridian Travel Nieuwsbrief, 16.04.2013


En....actie ! http://www.youtube.com/watch?v=smclE5gsg4Y


Niet genoeg ? Dan maar verder : http://www.youtube.com/watch?v=oKczTkEpbKw
 
Laatst bewerkt:

Gecko

Well-Known Member
KONING van de rivier

door Alexander Reeuwijk

Iedere zichzelf respecterende stad met een rivier in Thailand houdt eens per jaar een botenrace in de vorm van een festival. Zo ook Ayutthaya aan de Chao Praya, de rivier van de koning.

De eerste longboatraces werden al gehouden in de tijd dat Ayutthaya nog hoofdstad was, een paar eeuwen geleden. Het racefestival draagt sinds 20 jaar het predicaat "International". Teams van 22, 30 en 55 roeiers doen een gooi naar de hoofdprijs. Dit keer staan er, naast drie teams uit Thailand, ook teams uit Maleisië, Birma, Hongkong, Singapore, de Filippijnen, Australië en de VS aan de start.
Het festival is niet in Ayutthaya zelf, maar in het Bang Sai Royal Folk Arts and Crafts Centre, 30 km richting Bangkok. DE rivier is daar breder en er is een mooie kade gebouwd. Door het festival hier te houden, komen er ook meer bezoekers uit Bangkok en staat het Bang Sai centrum in het zonnetje.

De boten racen in een poulesysteem tegen elkaar over een lengte van 650 meter. De teakhouten drakenboten - door de Thai "Swanboats" genoemd - bieden plaats aan 20 roeiers, een stuurman en iemand die het ritme aangeeft. De boten zijn voorzien van een fraai gesneden drakenkop.
De winnende boot ontvangt 400 000 baht en een grote beker. In hoog tempo peddelen de drakenboten door het water, begeleid door een stadionspeaker die door de microfoon schreeuwt alsof iedere race een finale is. Maar echt spannend zijn de races nog niet, de verschillen tussen de boten zijn groot. Het Australische team wordt afgedroogd door een van de Thaise teams, terwijl Maleisië klop krijgt van Birma.
Ook al is de Zwanenbootcompetitie de belangrijkste op het programma, eigenlijk gaat het om de traditionele longboats, slanke boten met een enorme rijk versierde punt. Ze bestaan in twee varianten, voor 30 en 55 roeiers. De teams die het hier tegen elkaar opnemen komen voornamelijk uit Centraal-Thailand en racen in een rondreizend circus regelmatig tegen elkaar. Als de regentijd zijn einde nadert en het water in de rivieren op hoog staat, worden er vele races georganiseerd. Zo hebben ze het druk tussen september en december.
Vlak voordat de mannen de traditionele boten ingaan, maken ze gezamenlijk een warming-up en krijgen ze een korte briefing over de tactiek. Om de tegenstander angst in te boezemen hebben de roeiers hun gezicht wit gepoederd en snorren en baarden op de bovenlip en wangen getekend. De hulp van Boeddha wordt ingeroepen door een klein offer voor op de punt van de boot : een paar bananen, een kokosnoot en enkele wierookstokjes.
Dan gaan de koppies strak en de peddels in de aanslag. Als de staarthoorn klinkt, beginnen de roeiers gelijk in het ritme te roeien. Driftig worden de peddels in het water geslagen en naar achteren getrokken. De boot danst op het ritme van de slag en zo varen de lange gevaartes in rap tempo op de finishlijn af.

De gehele dag wordt er aan een stuk door gevaren, terwijl de bezoekers aanmoedigen of heerlijk over de markt met eetkraampjes lopen. Bootraces zijn fijn, maar er moet wel wat te eten en te drinken bij, anders is het geen festival.
Plots trekken diepgrijze wolken over de rivier en begint het te regenen. Zo hard dat boten dreigen te zinken. De wedstrijd wordt afgelast en doorgeschoven naar de zondag. De moesson is nog lang niet over.
Nadat het programma is ingehaald staat zondag 14 september in het teken van de finales. De koppies staan nog gespannener en de adrenaline is voelbaar. Vandaag worden de prijzen verdeelt.
De hoofdprijs van de internationale wedstrijd gaat naar de roeiers van Birma, die in de finale een van de Thaise teams verslaan.
Het absolute hoogtepunt van de dag is de race tussen de boten met 55 roeiers. Op het moment dat de scheepshoorn toetert, lijkt het alsof er twee enorme duizendpoten door het water ploegen. De druppels die van de peddels komen vormen een nevel rond de boten. De roeiers werken alsof hun leven ervan af hangt, terwijl ze kreten slakken om het ritme aan te geven. Na 500 m gaan de finalisten nog gelijk op, totdat de voorste roeiers van de boot met de peddels tegen de zijkanten van de boot tikken om het ritme voor de eindsprint aan te geven.
De eindsprint wordt glorieus gewonnen door de peddelers van de provincie Pathumthani. Zij verdienen 120 000 baht, maar belangrijker: zij mogen komend jaar de prestigieuze titel Koning van de rivier van de Koning voeren.

INFO

Door heel Thailand worden bootraces gehouden van Bangkok tot Narathiwat. Een van de grootste en oudste festivals is het beschreven festival van Ayutthaya. Bang Sai is de locatie waar de races worden gehouden, op 30 km buiten Ayutthaya. Er is geen rechtstreeks openbaar vervoer naar Bang Sai. Een mogelijkheid is om de bus naar Bang Pa Inn te nemen en van daaruit een busje of tuktuk naar Bang Sai. Of huur met een aantal medereizigers vanuit Ayutthaya een busje naar Bang Sai. Dit kost ongeveer 1 000 baht.
De meeste festivals worden gehouden aan het eind van de regentijd, grofweg van september tot december. Kijk op de website www.thailandgrandfestival.com

( N.B. - als je geïnteresseerd ben in de koninklijke boten, bezoek dan in Bangkok "The Royal Barge Museum" - Gecko)

============================================================================

Dagje in het PARK

Bangkok lijkt een stad die is overladen met toeristenmarkten waar nepzijde wordt verkocht, roemruchte shows en files. Een intimiderende plaats die je snel wilt verruilen voor groene jungle en mooie eilanden.

Maar achter de wolkenkrabbers van Bangkok liggen rustige en gemoedelijke plaatsen. Neem bijvoorbeeld het Lumphini-park in het hart van de stad.
Vergeet het buffet in het hotel met omelet en hotdogs. Als je zo ver van huis bent, kun je beter laten verleiden bij een van de straatverkopers in het park. Probeer rijstsoep of noedels met kip. Na dit ontbijt kun je tijdens zonsopkomst genieten van gratis sessies "tai chi" die in het park worden gehouden.
Wanneer de eerste zonnestralen doorbreken, vult het 2,5 lange parkpad zich met joggers die, voordat een nieuwe dag op kantoor aanbreekt, hun dagelijkse uurtje lichaamsbeweging tegemoet rennen. De perfecte tijd om op een bankje te gaan zitten en de mensen te bestuderen.
Na het middaguur is het tijd voor picknick; vooral moeders met jonge kinderen zijn dan in het park te vinden. Ook het voeren van de vissen in de vijver en een bezoek aan de speeltuin zijn favoriet. De middag is ook het moment voor stelletjes om met een roeiboot of waterfiets over het meer te varen, te huur in het midden van het park.
Tegen het einde van de middag wordt het drukker. Een fascinerende activiteit is "aerobics". Rond 17.30 uur verzamelen zich op verschillende plaatsen in het park groepen mensen met flesjes water en een handdoek. Uit het niets verschijnen er karretjes met boomblasters die op de stoep worden geparkeerd. Ernaast staan een paar vrijwillige leraressen die de aerobicpasjes voor doen. De hele groep volgt synchroon; calorieën worden verbrand onder gelach en gegil. Mocht je de verleiding niet kunnen weerstaan - waag een poging, want iedereen mag meedoen. Dit is typisch Thais; saamhorigheid en vooral plezier hebben.
Om klokslag 18 uur stopt plots iedereen met bewegen. Hardlopers staan stil, de boomblaasters worden uitgezet en mensen die op het gras aan de waterkant zitten, staan op. Politieagenten blazen op hun fluitjes voorafgaand aan het volkslied dat door de luidsprekers te horen is. Een moment van absolute stilte en een moment om te realiseren dat het land vrij is van oorlog en onderdrukking. Tijdens deze minuut staan de Thai stil bij hun hand en hun koning. Een paar seconden later, wanneer de agenten weer op hun fluitjes blazen, is het park weer volop in beweging.
Rond zonsondergang wandelen veel sporters naar de kleine restaurantjes rondom het park voor een pittige zeevruchtensalade of schuiven aan bij een van de eetstalletjes aan de westkant van het park.

INFO
Het Lumphini-park is genoemd naar de geboorteplaats van de Boeddha. Het park is 0,57 vierkante kilometer groot. Huisdieren zijn verboden. Vooral in de weekeinden worden bezoekers getrakteerd op een gratis popconcert of een strijkorkest in de muziekkoepel.
Neem de skytrain naar Sala-Deang en volg de bordjes MRT of neem de metro naar Si Lom. Avonturiers kunnen bus nummer 15, 77 of 507 nemen. Een comfortabelere optie is een taxi naar Suan Lum. De entree voor het park is gratis, net als "tai chi", "aerobics" en stijldansen. Een kleine fooi wordt op prijs gesteld voor de groepslessen.

Enjoy !:)

===========================================================

Thai lichten toeristen op

UPDATE

Toeristen in Thailand zijn op grote schaal slachtoffer van oplichting. De Nederlandse ambassadeur is ondertussen in gesprek met de Thaise regering om maatregelen te nemen, meldt het AD.

Vooral op het schiereiland Phuket, een populair vakantiegebied gaat het vaak mis. Oplichters bieden een ritje met een tuktuk aan en vragen daarna absurd hoge prijzen. Als ze hun geld niet krijgen, schuwen ze geweld niet. Verhuurders van jetski's en brommers dwingen hun klanten regelmatig te betalen voor al eerder veroorzaakte schade. Daarbij gebruiken ze de vooraf ingenomen paspoorten als stok achter de deur, aldus de ambassadeur.

Maffia

De oplichters werken vaak samen en worden beschermd door lokale politici met invloedrijke vrienden. Ambassadeur Joan Boer spreekt van "maffia-achtige praktijken" en roept toeristen op om voorzichtig te zijn. "Ik ken gevallen van mensen die zijn bewerkt met ijzeren staven voor 200 of 300 baht, 5 tot 7 euro." De pakkans is klein, zegt Boer. De oplichters werken vaak samen en worden beschermd door lokale politici met invloedrijke vrienden. "Het is een soort maffia waartegen het moeilijk vechten is."

Paspoort

Vorige week heeft Boer zijn bezorgdheid over de systematische oplichting geuit bij de gouverneur van Phuket, samen met de ambassadeurs van het Verenigd Koninkrijk en Canada. Dat heeft al een eerste succes opgeleverd. "Van de Thaise regering hebben we nu zwart-op-wit dat het innemen van paspoorten van toeristen voortaan illegaal is."

=========================================================

Geurende Handel

Yaowarat is de belangrijkste verkeersader van Bangkok en het commeriële centrum van de Thaise hoofdstad. Hier zijn Chinatown en Little India gevestigd voor mensen die van markten met snuisterijen houden.

Toen de Siamese koning Rama I in 1782 zijn residentie van Thonburi naar Bangkok verlegde, leefden daar, op de plaats waar nu het Koninklijk Paleis en de tempel Wat Phra Kaeo staan, Chinese handelaren. Die moesten toen verhuizen naar het gebied wat nu Yaowarat is. Naar schatting leven en werken zo'n half miljoen Thaise Chinezen in Chinatown van Bangkok. De meesten al van de 2e en 3e generatie. Veel van hun culturele en religieuze gewoonten en gebruiken zijn gehandhaafd. Daarmee hebben ze ook de Thaise cultuur beïnvloed.
Chinatown is het centrum van de goudhandel*. De hoofdstraten zijn omzoomd door restaurants en tempels. Die hoofdstraten zijn met de Chao Phraya rivier verbonden door een web van smalle, chaotische en drukke straten en stegen die op hun beurt geflankeerd woorden door winkels en markten voor elk-wat-wils. Gedroogde en verse noedels, fruit en groente, lampions en papieren attributen voor de voorouderverering, hotspots en woks in alle soorten en maten, kleren en auto-onderdelen. Altijd stuit je wel op een bank, een hotel of een tempel.
Middenin deze Chinese enclave bevindt zich nog een exotische wijk : Little India. Deze wijk concentreert zich rondom de Thanon Chak Phet en de in textiel gespecialiseerde Pahuratmarkt. Volgens een populaire overlevering kwam de eerste emigrant van het Indiase subcontinent in 1884 naar Bangkok. Om in de gunst van de koning van Siam te komen, gaf hij een Arabische hengst cadeau. Rama V was zo verheugd, dat hij een witte olifant als tegengeschenk gaf. Terug in India gaf de handelaar die olifant weer cadeau aan de maharaja van Kasjmir, die op zijn beurt de handelaar overlaadde met goud en andere waardevolle zaken. Daarmee bouwde de handelaar aan een netwerk van handelscontacten in Bangkok. Hij zou zich vervolgens hebben gevestigd in Pahurat, spoedig gevolgd door andere Indiërs.
Vandaag de dag leven zo'n 100.000 mensen van Indiase afstamming in Thailand, de meesten zijn sikhs en hindoes uit Punjab. Zij hebben Pahurat gemaakt tot een labyrint van textiel, zijde, brokaat, tweed en mousseline. Het zijn vooral sikhs die de groot- en kleinhandel in handen hebben. Verspreid over de hele stad ( maar vooral in de toeristenwijken) zijn er bovendien talloze Indiase kleermakers die complete maatpakken binnen 24 uur voor schappelijke prijzen maken. ( N.B. - laat je niet verleiden, want de kwaliteit is veel onder de gevraagde prijs, schappelijk of niet - Gecko).
Behalve stoffen biedt Little India een enorm spectrum aan welriekende kruiden en kerries, reukwaters en kleurrijke poeders, terwijl ook afbeeldingen uit het rijk geschakeerde pantheon van het Hindoeïsme, muziek-cd's en Bollywood-video's worden aangeboden. Tussen al die winkels en marktkramen verstoppen zich Indiase restaurants.
De welvaart van de Indiase immigranten weerspiegelt zich vooral in de Siri Guru Singh Sabha, de grootste sikhtempel, bekroond met een gouden koepel. Niet alleen komen rijke mensen hierheen om te bidden, armere immigranten ( veelal uit Zuid-India en Sri Lanka) kunnen hier gratis eten of laten zich gratis in een kliniek behandelen.
Gratis eten wordt ook verstrekt in de oude hindoetempel Vishnu Mandir, bij het Rommaninart Park. In dit tempelcomplex heeft ieder jaar eind januari / begin februari het grote Hindoefeest Thaipusam plaats. Net zoals in Kuala Lumpur in Maleisië lopen gelovigen in trance over gloeiende kolen en steken metalen pinnen door de wangen. Er zijn nog enkele Indiase tempels, maar die liggen buiten het eigenlijke Little India.

* in Bangkok hebben we onze trouwringen gekocht, nadat mijn echtgenoot zijne verloor, door in een stopplaats zijn handen met zeep te wassen, een accident dus; nu hebben we elk van ons een trouwring met 3 echte diamanten ( geleverd met internationale certificaat); kost = 300 euro; eens terug thuis, zag ik bij een juwelier ongeveer hetzelfde voor een prijs van meer dan 700 euro. Dus, nu weet je het...het loont om daar juwelen te kopen, met edelsteen of niet... ;) - Gecko.

Je kunt ook Chinatown "bezoeken", uit je luie zetel; volg dit :
Voor Little India volg dit :

Enjoy !
Groetjes
Gecko:)
 
Laatst bewerkt:

Gecko

Well-Known Member
Bangkok voor beginners

Een "First-Timer's Survival Guide to Bangkok" is te vinden bij ons forum-zus "Travboard", sub-forum "Asia", natuurlijk;)

Groetjes
Gecko
 

Gecko

Well-Known Member
Altijd en alles is open...Bangkok (Engelstalig artikel)

"Sunset is no reason to stop shopping in the world's most visited city, says Sophie Lam as she explores its bustling night markets.

A basic climatic equation might go something like this: where the sun shines, it is warm; subtract the sun and the temperature drops. In this sense, Bangkok is an anomaly. As the sun disappears, the clouds refuse to follow, sealing the miasma of heat over the city for another night. Quite simply, with your eyes closed it's not easy to differentiate day from night.

Still, I'm as cool as a cucumber as I sit at the chef's table in the Mandarin Oriental hotel's Thai restaurant, Sala Rim Naam. Celebrity chef Vikit Mukura breezes into the refrigerated chamber of his vast kitchen complex to dish up a menu of innovative twists on familiar staples – a tom yum cocktail with lemongrass, chilli, galangal, kaffir lime leaves and soda; khow fu pla fu, an old-fashioned street snack made with puffed jasmine rice, shrimp, chilli, sugar and salt; red curry with a huge scallop; and a cool, milky ice cream made with rice from chef Vikit's paddy field in Pattaya.

After three hours in the air-conditioned kitchen I've forgotten all about the hot, steamy city outside. But by 10.30pm, the temperature has barely dipped below 30C and as the doors part I'm reunited with its stifling embrace. There's nothing for it, so I throw caution to what little wind there is and duck into a tuk-tuk bound for Patpong. The air rushes past as G-force thrusts me back into my seat, my fists clenched on the rails and feet planted at either corner of the disco-lit passenger compartment as the little three-wheeler goes full throttle up Silom, the main artery of the city's commercial centre.

Patpong fulfils all the clichés about Bangkok. These two small streets that channel off Silom comprise the world's most infamous red-light district. Owned by a family of Chinese immigrants since the 1940s, Soi Patpong 1 and 2 were once innocuous strips of shophouses, but the wave of American soldiers arriving in Bangkok for R&R during the Vietnam War soon brought a more hedonistic attitude to the area. The seediness peaked in the 1980s and while much of the (officially illegal) sex tourism trade is now focused in other parts of the city, the lurid fluorescent signs of the go-go bars, the touts thrusting laminated menus of ping-pong balls, bottle tops and bananas at you, and open doorways revealing scantily clad girls parading along bar-tops leave little to the imagination.

Nowadays, Patpong is more comical circus attraction than illicit enclave, where tourists come to gawp, take a picture – and shop, because it's the beckoning going on in the middle of the street that's attracting the most attention. The Patpong night market is one of Bangkok's busiest, flogging fake Prada bags, Diesel jeans, Ray-Bans, Hello Kitty T-shirts, Chang beer vests, Thai boxing shorts, fake watches and pirate DVDs. "Nice price," the vendors chant, as I weave through the packed crowds of browsers. The theory seems to be, sell it and they will buy – and we do, seemingly regardless of the provenance of the goods. The temptation of a bargain is irresistible and I walk away with a new nice bag and strings of paper lanterns for the equivalent of £25. To one side of the plastic awnings and strip-lit stalls, air-conditioned shops selling real-leather versions of the bogus bags offer a more refined environment for bartering your Celine Phantom tote down from 17,000 baht (£360).

According to Mastercard's Global Destination Index, Bangkok has overtaken London to become the world's most-visited city, with almost 16 million visitors projected for this year, nearly double the number of its population. Its overnight visitor-spend is an impressive £9.5bn in sterling terms, with Chinese tourists accounting for one of the highest spends, an average of £111 per day. Their interest was piqued last year by the hit movie, Lost in Thailand, much as The Beach did in the West and The Hangover Part II didn't. But it's shopping that has fuelled their enthusiasm, particularly Bangkok's shiny mega-malls such as Siam Paragon, a temple of duty-free discounts and every conceivable permutation of global luxury.

Poised somewhere between this refined take on the Bangkok retail experience and the gaudiness of Patpong is Asiatique. Perched on the banks of the Chao Phraya, it requires only as much as a serene breeze along the water to reach it. From Taksin pier, I step aboard the free shuttle and head along the river past elegant bulb-lit teak barges and raucous party boats, arriving five minutes later outside the vast open-air mall. Once again, neon lights up the night sky, but this time it's a 60-metre-tall illuminated Ferris wheel that heralds my arrival.

It's a markedly Western experience – a village laid-out in a Disneyesque interpretation of retail perfection. The market sits on a former plot of warehouses belonging to the Danish-owned East Asiatic Company, some of which have been retained and renovated so that it appears to be a much more ersatz colonial experience than anything with historic character. It opened last year after the closure of the Suan Lum Night Bazaar near Patpong and offers a condensed selection of just 1,500 shops and 40 restaurants that open from 5pm to midnight.

The low-rise, colonial mercantile-style buildings are immaculately painted in cream, with faux tram-cars forever halted on the pedestrianised avenues and empty water tanks perched on the roofs. Softly-lit stalls peddle anything from tin tuk-tuk trinkets to jasmine-scented bath oils and chic little dresses, with not a tout in sight or earshot. What's notable here though, is the clientele – while I join a small number of tourists browsing, it's young locals who make up the bulk of the crowd, eating in the restaurants and chatting away on benches.

Some say this is the future of Bangkok's legendary retail culture. While old sprawling bazaars are being closed down as their valuable plots are sold on to developers, and the traditional floating markets of the khlongs (canals) have all but disappeared as the waterways make way for roads, there's growing demand for an air-brushed, hassle-free experience.

But if you want a flavour of Bangkok without tacky bars or conventional malls, it's there – just aim for Sukhumvit Road, the congested commercial route that runs through the heart of the city out to the coast. I get off the immaculately clean and cool Skytrain monorail at Thonglor station and follow my nose to Soi Sukhumvit 38. On this narrow side street – opposite a Tesco – queues are forming under a tantalising cloud of piquant aromas, aimed at two rows of strip-lit food carts.

There's sticky rice with mango, pad thai, green curry, roast duck and barbecued squid, with plates selling for little more than 40 baht (85p) that are devoured at plastic tables. It's hot and noisy, but the steady stream of shop workers, families, tourists and clubbers is testament to its calibre. You might be able to buy a Lamborghini at Siam Paragon, ride Thailand's highest Ferris wheel at Asiatique and drink a cocktail version of the legendary tom yum soup at the Mandarin Oriental, but there's still an appetite for cheap, authentic food, eaten right at the point of sale in Bangkok, night or day. "

Source : The Independent, 15 June 2013
Author : Sophie Lam

Tourist Authority of Thailand: tourismthailand.org
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
 
World Nomads Travel Insurance
Bovenaan