Reisverslag en foto's Socotra (Jemen)

JohanDC

Member
hallo

hier vinden jullie het journaal van mijn reis. De foto's vind je op

https://picasaweb.google.com/109386...&authkey=Gv1sRgCMTL_q6-mpizNw&feat=directlink


Dag 0
Eindelijk, ik ben ermee weg. Op naar Socotra, een eiland in de Golf van Aden, dat deel uitmaakt van Jemen. Daar heb ik meer dan twee jaar op gewacht. Vorig jaar hebben we op het laatste moment afgehaakt vanwege de veiligheidssituatie en, alhoewel ze nu niet veel beter is, wagen we het er maar op. ‘We’, dat ben ik en mijn kameraad Hans. De vlucht naar Istanbul verloopt goed en de vier uren die we daar moeten wachten, worden bijna integraal doorgebracht in de luchthavenlounge, genietend van onze laatste glazen rode wijn gedurende een week…net alsof dat zooo erg is. Een uur voor de vlucht zakken we af naar de ietwat chaotische gate, waar we nieuwsgierig kijken hoe onze medepassagiers naar dit ‘duister oord’ er wel mogen uitzien. Het valt echter wat tegen, geen mannen met lange baarden , witte gewaden en dreigende blikken, wel wat buitenlanders, waaronder een groep Tsjechen die voor een week op trecking gaan in de bergen (en die we dus niet zullen terugzien tijdens onze reis), een paar Amerikanen (waarvan je zou zweren dat ze voor de CIA werken), een aantal vrij gewoon uitziende Arabieren, waarvan de meeste met ‘keffiyeh’ (de Arafat hoofddoek, maar dan in het rood) en enkele vrouwen in volledige ‘uitrusting’, met uitzondering van het kijkgleufje (de ‘nigab’).

Dag 1
De vlucht , nog niet halfvol, verloopt goed (ik sla er zowaar in wat in te soezen) en we komen midden in de nacht aan in de hoofdstad van Jemen, Sana’a International Airport. Deze ziet er op het eerste zicht uit als een ietwat uit de kluiten gewassen Antwerpen-airport Deurne. Een vliegveld met een heel slechte reputatie overigens als we de internetfora erop mogen geloven. Bij aankomst is het al niet duidelijk wie onze definitieve visa en entry stempel moet geven : hier in Sana’a of op Socotra? Verwarring alom, onze paspoorten worden uit onze handen gegrist en de local immigration officer weet ons te zeggen dat ze collectief aan de piloot worden meegegeven die ze dan in Socotra zullen laten afstempelen. Hilarisch natuurlijk maar ook wat ongemakkelijk, wat als we onze paspoorten niet terugzien (het zal inderdaad nog enkele dagen duren vooraleer we die terugzien, maar daarover later meer). Sana’a airport stelt inderdaad niet veel voor, wij zetten ons met de andere toeristen enkele uren op een bank zonder comfort. De verveling proberen we in de mate van het mogelijke wat te verdrijven door een heen en weer wandeling (circa 25 meter) naar de rudimentaire bar, met een paar hangerige bedienden en de enige shop , die er redelijk duf uitziet. Slapen is er niet bij en ik ben al blij dat het vliegtuig, dat er redelijk nieuw uitziet, op tijd is.

Even tijd om de lezer wat in te lichten over Socotra. Socotra maakt deel uit van een eilandengroep (Socotra Archipel), bestaande uit 4 eilanden in de golf van Aden, zo’n 350 kilometer van het Jemenitische vasteland en 250 kilometer van Somalië. Het hoofdeiland, dat ook Socotra heet, is zo’n acht keer kleiner dan België en de bevolking wordt geschat op zo’n 50.000 (door de reisgids aangedikt tot 100.000). Het eiland maakte vroeger deel uit van het Afrikaanse continent en is miljoenen jaren geleden letterlijk afgescheurd en volledig geïsoleerd. Het is dan ook uniek in zijn natuur en dan vooral door de flora en fauna : zo’n 30% hiervan (300 soorten) vindt je alleen terug op Socotra. De bekendste hiervan zijn de drakenboom (dragon tree) en de flessenboom (bottle tree), die er voorhistorisch uitzien. Socotra is dan ook door UNESCO erkend als werelderfgoed, en men doet hard zijn best om dit zo te houden door onder andere massatoerisme te weren en ecotoerisme te promoten. Waar men tot dusverre goed in geslaagd is, het eiland ontvangt jaarlijks zo’n 1000 toeristen, dit is momenteel quasi tot stilstand gekomen omdat het deel uitmaakt van Jemen waardoor je de toeristen op één hand kan tellen (ik heb er op de hele week zo’n tien gezien). Wat verder ook bijzonder is, is hun taal, het Socotri, dat heel oud is (hoe oud juist weet niemand) en waarvan geen schrift bestaat. De herkomst van de bevolking is dan ook vrij mysterieus. Zuid Arabische stammen zouden hier de eerste geweest zijn, het Sheba rijk (met haar beroemde ‘Queen’) wordt ermee geassocieerd, maar er zijn ook sporen van Indische aanwezigheid, Grieken (Alexander De Grote), Marco Polo heeft erover geschreven, ook de Portugezen en de onvermijdelijke Engelsen hebben het eiland aangedaan (of bezet, hoe je het wilt noemen). Daarna maakte het deel uit van Zuid Jemen, dat destijds onafhankelijk was en tijdens de Koude Oorlog deel uitmaakte van de ‘Sovjetrussiche invloedssfeer’. Socotra was, door de strategische ligging in de Golf van Aden, een marine basis van de Sovjets en tot begin jaren negentig verboden gebied. Tot Zuid en Noord Jemen herenigd werden. Heden ten dage is Socotra een tijd berucht geweest omdat het niet ver ligt van Somalië, waardoor de piraten hier wel eens onaangename dingen deden. Dit zou ondertussen door Amerikaanse schepen drastisch en zonder veel publiciteit ‘opgelost’ zijn…

De vlucht van tweeënhalfuur (inclusief tussenstop in Mukallah van een halfuur) verloopt vlot en rond 9h30 zijn we er dan, eindelijk.. een luchthaven van een zakdoek groot en, zoals meerdere toeristen, kan ik het niet laten enkele foto’s van het vliegtuig en de luchthaven te nemen, ten bewijze dat we inderdaad aangekomen zijn. Een beetje prettig chaotisch in de aankomsthall en uiteindelijk vinden we dan toch de lokale agent van ons reisagentschap ,Socotra Eco Tours, die ons naar de uitgang leidt; van onze paspoorten echter geen sprake. De luchthaven bevindt zich op een vlak en nogal dor gedeelte, dus hier nog geen dragon trees of bottle trees. Wat ook opvalt is de verlatenheid, we zijn op een halfuur welgeteld één auto tegengekomen, en ook, in contrast met de ongereptheid, een goede geasfalteerde weg. We maken kennis met onze gids Abdul en onze chauffeur Ali (hoeveel mannen zouden niet één van deze namen dragen op Socotra?). Abdul spreekt Engels met ‘héél wat haar op’, maar genoeg verstaanbaar en Ali nauwelijks enkele woorden. De Toyota Landcruiser ziet er wat oud uit, maar wel stevig. Na een halfuurtje komen we aan in Hadibu, de hoofdstad. Nou ja, hoofdstad, het ziet er uit als een tamelijk vuil groot dorp zonder enige charme. Niet lang blijven hier is dus de boodschap. We krijgen een hap in het lokale restaurant, rijst met vis (wel vers én lekker), toen nog niet vermoedend dat dit ons menu zou zijn de rest van de week (tweemaal daags).

Daarop vertrekken we voor onze eerste uitstap iets ten oosten van Hadibu, naar Delishah Beach. Hier maken we voor de eerste keer kennis met naar waar ik zo uitgekeken had, een mooi ongerept en verlaten strand met witte zandduinen. We klimmen op één van de duinen (valt niet mee overigens), en genieten van het uitzicht en het geluid van de stilte…Wat ook goed meevalt is de temperatuur, tussen 25 en 30 graden met een licht briesje. Het is een beetje bewolkt en de zon schijnt nog niet te fel, ideaal dus. Na een uurtje mijmeren op de duinen keren we terug. Ons ‘escorte’ wachtte ons de hele tijd op en op onze terugweg stoppen we even in de botanische tuin, waar een moedig lokaal heerschap alle endemische platen teelt. Mooi initiatief. We komen aan in onze eerste campsite (Abeeb campsite) en we krijgen elk zowaar een hutje toegewezen , opgebouwd uit gedroogde palmbladeren en binnenin een keurig muskietennet met matras. Ook is er een redelijk proper toilet (weliswaar een ‘Frans’, zoals overal ) en een douche. Eten doen we op z’n Arabisch, dat wil zeggen netjes de schoenen uitdoen, op de tapijt, maar waar we niet aan toe zijn is het zich handmatig bedienen van de, jawel, rijst met vis, dus we krijgen ons eigen bordje. We maken kennis met enkele Italianen waarvan twee voor een ngo in Sana’a werken, die zich ontfermt over de talrijke vooral Eritrese en Somalische vluchtelingen (die ik ook in Sana’a zal zien). Hun aantal is enorm en dit doet me weer eens beseffen hoeveel verborgen problemen en conflicten er zijn in de wereld waar wij niets van afweten. Daarnaast is er nog een nogal zwijgzame Italiaanse snuiter, die hier jaarlijks een maand komt vissen…toch leuk, dit gemengd en niet conventioneel gezelschap. De baas van Socotra Ecotours komt nog langs en vertelt ons dat de lokale douane er niet aan uit kan dat onze paspoorten niet afgestempeld zijn toen we België verlieten. Hmmm, blijkbaar hebben ze nog niet veel ervaring met reizigers. We leggen het hem uit en enkele dagen later krijgen we dan toch ons paspoort terug. We gaan, voor mijn doen, erg vroeg slapen (21h) maar aangezien mijn bobijntje zowat leeg was doet dit wel goed.

Dag 2
Vandaag trekken we naar de bergen en daarna naar het Noordwesten. Onderweg passeren we de vismarkt; een gezellige drukte hier en de vissers laten zich graag fotograferen met onschuldig uitziende (want dode) haaien die hier als een delicatesse worden beschouwd. Ook tonijn wordt hier veel gevangen, en het zal me meermaals duidelijk worden hoeveel vis hier wel zit. Niet te verwonderen dat vis hier dus het voedingshoofdbestanddeel is en voor velen ook de enige broodwinning, buiten de geitenhoeders die je dan meer in de bergen tegenkomt. Een klein aantal leeft van toerisme, en daarnaast heb je de staatsjobs (leraars, overheidsambtenaren) die hier als het hoogst haalbare worden aanzien. Anderzijds vind je hier ook Jemenieten van het vasteland die hun geluk komen beproeven. Er zijn ook inwoners met duidelijk Afrikaanse origine, en daar is de vroegere slavenhandel niet vreemd aan. Er zijn wel wat Socotri geëmigreerd naar het vasteland en de Verenigde Arabische Emiraten, maar alles bijeen kan je stellen dat de meeste mensen hier wel honkvast zijn en heel trots op hun eiland, en terecht!

Socotra is dus alle behalve rijk, maar ze hebben wel genoeg eten op het eerste zicht en echt schrijnende armoede heb ik tenminste hier niet gezien. Ze hebben inderdaad ‘niets ‘als je dat naar onze maatstaven uitdrukt, ook geen Internet en nauwelijks televisie, maar dus ook nauwelijks of geen criminaliteit, geen prostitutie, druggebruik, al kan de ‘qat’ ook wel als drug worden beschouwd.
Qat is het blad van de gelijknamige plant en heeft een stimulerende werking. De kunst bestaat erin de bladen in je wang te hamsteren en tot een bolletje te kauwen, en hier urenlang op te kauwen. Het is als een ritueel en een sociaal gebeuren. Indien je niet beter weet zou je denken dat veel vastelanders aan een chronisch abces leiden. Abdul vertelt me dat het een probleem is en dat vooral in openbare diensten (…) mannen hun namiddag voornamelijk hieraan besteden. Hier op Socotra is het minder populair, maar op het vasteland is het een ware industrie. Met nadelige gevolgen ook voor de landbouw, eens het veld namelijk bepland is met qat, verarmt het de bodem zodanig dat er geen andere gewassen meer kunnen groeien. Ik probeer het twee keer maar ik wacht niet af tot ik begin te zweven en spuw de groene brij na enkele minuten weer uit, een blad is niet zo mijn ding.. Qat is eigenlijk een gelegaliseerde drug, maar dat krijgen ze hier niet gezegd.
Wat ik hier wel sporadisch tegenkom is de onvermijdelijke GSM. Ongelooflijk dat je op de meeste afgelegen plaatsen waar ik ooit ben geweest (sahara, sahel) toch steeds die gsm tegenkomt

Onderweg stoppen we voor de eerste uit de kluiten gewassen flessenboom. Het ziet er wat onwerkelijk uit en lijkt inderdaad op een fles. Jammer genoeg zijn er geen bloemen op , daarvoor zijn we te laat op het jaar. Maar het is wel bijzonder, ze groeien gewoon tussen of zelf op de rotsen, schijnbaar zonder wortels. Je moet een taaie zijn om hier te overleven.

We trekken het binnenland in naar Ayhaft Canyon en alras stopt de geasfalteerde weg, al goed ergens want eigenlijk past een nette weg niet bij het landschap. We klimmen de bergen in, sjokkelen wat heen en weer in de auto, maar uit zijn rijstijl kan ik opmaken dat Ali wel erger gewoon is (dit zal later ook blijken). We gaan dieper de kloven in en Socotra toont nog één van zijn verassingen. Het lijkt hier wel meer op een Franse Gorgue, ware het natuurlijk niet van de boomsoorten die toch licht anders zijn. Onderweg komen we nog een grillige boom tegen, blijkbaar van dezelfde familie, de komkommerboom, die ook speciaal is omdat ze verder niets met komkommers te maken hebben. We stoppen ‘s middags voor onze picknick op een begroeid bergplateau met tamarindebomen. Ik pluk een onrijpe vrucht, het smaakt wel wat zuur maar toch lekker. Ondertussen komt uit het ‘niets’ een jongetje aangelopen (dit gebeurt hier wel meer) die incense (wierook) te koop aanbiedt.

Socotra was in de oudheid beroemd omwille van zijn ‘franckincense’, dit is een soort wierook dat bestaat uit hars van een boom, en vandaag onder andere gebruikt wordt in parfums. ‘Franckincense’ is trouwens de wierook die door de drie oningen aan het kindje Jezus werd gegeven.
Daarnaast is dit voor de jeugd de best haalbare en eigenlijk ook enige mogelijke bijverdienste. Ik laat me vertellen dat er zeven soorten zijn op Socotra. Het ruikt lekker en ik koop een zakje.

In afwachting dat Ali, die polyvalent is en naast chauffeur ook kok, onze lunch bereidt, doen we een wandeling van ‘some twenty minutes’ naar een ‘natural pool’. Deze twintig minuten blijken ongeveer een uur te zijn en in de middagzon wordt het nu toch wel warm. Over een rotsig pad bereiken we uiteindelijk de ‘pool’. Afgezien van het lekkere water, valt dit ietwat tegen omdat één wand gebetonneerd is. Blijkt de belendende ruimte ook een soort reservoir te zijn voor drinkwater. Toch fijn zwemmen en daarna keren we terug. De lunch (onnodig te preciseren staat klaar en ook het jongetje schuift aan. Vriendelijke kinderen hier, een beetje timide en ze spreken je meestal aan met what is your name en where are you from. Als op deze laatste vraag het antwoord volgt, stopt de conversatie meestal, want who the hell weet wat, laat staan waar België is in deze contreien.

Na de lunch gaan we terug richting zee en we fotograferen enkele dorpjes. Soms zijn het maar een paar huizen en deze hebben onveranderlijk dezelfde laagbouw architectuur. Wat ook opvalt zijn de weinige ramen. Misschien een bescherming tegen het bij wijle ruige klimaat? Van mei tot en met augustus is het hier Moesson seizoen en door de sterke bijna voortdurende winden kom je hier dan beter niet. Daarna is het regenseizoen en kan het soms veel regenen, met als gevolg dat rivieren ,wegen en hele dorpen kunnen overlopen en huizen worden verwoest. Wij hadden geluk want enkele weken voor onze aankomst was er felle regenval geweest en sommige wegen en paden droegen daar nog de sporen van. Eigenlijk kan je hier dus maar zes maanden per jaar komen als toerist.

We komen terug aan de kust en daar passeren we, waarover ik gelezen had, een paar roestige Russische tanks aan de kant van het water, en dit om destijds de Grote Invasie tegen te gaan (van wie eigenlijk?). Na de Koude Oorlog werden ze abrupt achtergelaten en hier staan ze nu weg te kwijnen alsof er niemand om maalt, benieuwd of ze er binnen dertig jaar nog zullen staan. Het heeft wel iets fascinerends en jongensachtig kan ik het niet weerstaan om mij te laten fotograferen op mijn oorlogsbuit.
Even verder rijden we een klein kustdorpje binnen. Aan een pool met zeewater amuseren de kinderen zich kostelijk. Mij valt op dat de kinderen echt wel mooie trekken hebben, ietwat frêle met zwarte haren en grote ogen. (Ik had ook gelezen dat in sommige dorpen zelfs mensen te zien zijn met blauwe ogen, hun Europese achtergrond verradend). Wat ook opvalt is dat de zwarte haren soms een rode gloed hebben, volgens de gids een gevolg van het feit dat ze veel in de zee zwemmen. De eerste keer dat ik zoiets zie. De kinderen komen op ons af en worden gaandeweg wat minder vriendelijk. Sommigen geven aan dat ze geld willen. De gids wordt wat zenuwachtig en zegt ons te vertrekken. Achteraf krijgen we te horen dat sommige toeristen er niets beters op vinden dan geld rond te strooien als Grote Blanke Weldoeners. Met het gekende gevolg dus. Hij zegt erbij dat in sommige dorpen toeristen met stenen onthaald worden als ze niets geven. Leve het Toerisme! Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat we ons ook bezondigd hebben aan goedbedoelde maar ondoordachte giften, zie verder.

We rijden een halfuurtje verder en komen aan in Qalansiyah, de tweede stad(!) van Socotra. We rijden even door en komen aan op het strand, op het eerste zicht niet bijzonder aantrekkelijk. Abdul gebiedt ons onze ogen vijf minuten te sluiten. Na ongeveer 15 seconden mogen ze weer terug open, en …waauw…tussen twee rotsen in zie ik het meest prachtige uitzicht op het mooiste strand dat ik ooit heb gezien, Detwah Beach. Het uitzicht op het witte strand is eindeloos, omzoomd langs de ene kant door witte duinen, aan de andere kant door een groenblauwe zee. Aan het eind bevindt zich een lagune. Abdul zegt ons te zullen opwachten aan de campsite, daarvoor moeten we eerst te voet het strand over. We kunnen er niet van over en nemen heel wat foto’s, nauwelijks in de illusie de volle pracht en magie van deze unieke plaats te kunnen vastleggen. Op het strand zelf worden we aangeklampt door deze keer vriendelijk nieuwsgierige jongetjes. Ze begeleiden ons naar onze campsite, en onderweg willen ze vooral hun stoerheid op de foto vereeuwigen.

We komen aan op de campsite vlak naast de lagune. Het traditionele avondritueel (thee, rijst, vis…) begint en daarna hebben we rond het enige lichtpunt (met LED verlichting) nog wat gekeuvel over alles en vooral over niets. De avonden zijn hier wel lang, ik moet toch toegeven dat op momenten als deze ik een glaasje wijn niet zou afslaan, want het lauwe water en de thee beginnen wel heel eentonig te worden. Niet gezeurd echter, in het besef dat ik hier wellicht aan één van de mooiste stranden ter wereld sta, en dit quasi alleen. Het doembeeld duikt bij me op dat deze plek ooit veroverd zou worden door grootschalige ressorts met lawaaierige dancings, stoelenrijen met parasols, afval van bierblikjes en lege flessen…God laat het niet waar zijn. Is de Vooruitgang tegen te houden ? Ik kruip in mijn tent maar als snel leg ik mij buiten. Onder de blote sterrenhemel, de stilte enkel doorbroken door een zacht kabbelende lagune en een uiterst aangename temperatuur, hoe dichter kan je komen bij het paradijs..

Dag 3
Het wordt hier vroeg donker (18h) maar ook vroeg licht (4h30) en aangezien ik geen goede slaper ben, sta ik met de kippen (die er weliswaar niet zijn) op. Ik hoop wat van de zonsopgang te kunnen genieten, maar jammer genoeg is het wat bewolkt en het zal dus voor morgen zijn. Ik kuier nog wat over het lege strand en keer terug naar de campsite waar ondertussen het ontbijt klaar staat. Het ontbijtbuffet bestaat onveranderlijk uit naan brood, de arabische versie van ‘La vache qui rit’ en een pot confituur. Als toemaatje en na aandringen krijg ik nu zelfs koffie, dit onder de vorm van Nescafé poeder. A la guerre comme à la guerre zoals mijn vader altijd zei. Vandaag wordt een tamelijk passieve dag. S’ morgens gaan we een boottochtje maken en namiddag krijgen we vrij om te luierikken aan Detwah Beach. Ook eens leuk.

We komen aan in het vissersdorpje en kruipen in een bootje, waar we ons welzijn toevertrouwen aan onze navigator ‘Ali’ (what else ?). We schrijden langs hoge rotspartijen met grillige onwerkelijke vormen. Schitterend gewoonweg. We passeren een ander bootje met een gezelschap dat er nogal officieel uitziet. We schudden de handen met wat later de Jemenitische Minister van Landbouw blijkt te zijn, vergezeld van enkele Chinezen met wellicht aantrekkelijke handelsvoorstellen in de aktentas. Is de ondergang van Socotra reeds begonnen ?
Onderweg vraagt de goedlachse navigator ons of we willen vissen. Geen gesofisticeerde vishengel hier, maar gewoon een nylon draad met een haakje. Dit blijkt voldoende want zelfs geen minuut later begint de draad onrustig te snokken. Van dan af neemt de geroutineerde visser het over van de onhandige toerist en hijst een stevige jongen aan boord. Geen diepvries hier, het spartelend zeemonster wordt gewoon onder het tapijt gesmeten. Nu en dan waait het tapijt nog eens op, vooraleer de eeuwige stilte intreedt.

Na een uur stoppen we aan een strand, op het uiterste westen van het eiland (Shuaab beach). Weer zo’n Bounty strand, weliswaar heel wat kleiner dan Detwah Beach (we zijn al verwend!). We blijven wel een uur drijven in het groene klare water. Het lijkt wel alsof we in een bad zitten, zo warm is het. We krijgen er maar niet genoeg van tot Abdul ons zegt dat we teruggaan vooraleer we schubben beginnen te ontwikkelen. Blijkbaar maakt hij wat haast en we begrijpen al snel waarom. Tegen de middag wakkert de wind aan en ons bootje zal het geweten hebben. De wateren rond Socotra zijn inderdaad bekend voor hun onrustige stromingen en plots opduikende stormen. Zo’n vaart loopt het hier niet maar de golven veroorzaken toch flink wat deining. Onze begeleiders proberen er de moed in te houden door, naar wat ik aanneem, wat plaatselijke vissersliederen te zingen. Ondertussen kijken ze toch wel wat ongerust. We komen probleemloos terug in het dorp en stevenen voor de lunch af naar een huis in de stad; dit blijkt van Ali de visser te zijn, die er dus ook een restaurant op nahoudt, onze Ali heeft meteen een middagje vrij van kookverplichtingen. Tijdens de lunch vraag ik Abdul fijntjes of we naast vis nog iets anders kunnen eten op het eiland. Ja uiteraard, zegt hij ,geit. Dat valt mee want toen ik in Afrika woonde at ik regelmatig geit en dat vond ik best lekker. Dat deze hint ter harte werd genomen zouden we weldra ondervinden.

Namiddag vrij en dus naar Detwah Beach. Opnieuw in het water natuurlijk , ik denk in één week zoveel gezwommen te hebben dan tijdens de voorgaande vijf jaar. Daarna zoeken we wat beschutting onder een eenzame struik want de zon begint nu wel erg genadeloos te schijnen. Na wat wegsoezen zien we plots uit het niets een oude brommer opduiken, balancerend op het mulle zand. Het vehikel stopt voor ons en de wat muf uitziende berijder haalt een gigantische zeester naar boven die hij mij graag wil verkopen. Ik sla het af door te zeggen dat dit niet mag (en dat is niet verzonnen, douanes zijn daar streng in). Op het eerste zicht lijkt dit voldoende om hem af te schudden, hij waggelt verder naar de lagune maar komt enkele minuten later terug met een grote krab, waarmee hij mij zowat te lijf gaat als aanmoediging om tot de koop over te gaan. Ik laat hem blijken dit niet zo leuk te vinden en hij ploft zich onuitgenodigd neer naast ons. Na wat betekenisvolle stilte haalt hij zijn ipad tevoorschijn (jawel) en toont ons fier een filmpje van Michael Jackson. Als wij hem zeggen dat hij al enige tijd overleden is, valt hij totaal uit de lucht en druipt hij droef af. Einde ontmoeting.
We sluiten de dag af zoals alle vorige avonden, maar dit keer krijgen we spaghetti in plaats van rijst !

Dag 4
Opnieuw om 4h30 wakker geworden en deze keer met Hans op jacht naar de zonsopgang. Een echt succes is het niet, maar we genieten toch van het ontwakende strand en allerhande vreemdsoortige geluiden van zeegebonden schepsels. Als we teruggaan naar onze campsite, blijkt dat we geen rekening hebben gehouden met de getijden, waardoor de lagune plots veel groter is geworden en we ternauwernood een doorgang vinden terug naar onze campsite. Die toeristen toch! We breken op en gaan naar het binnenland. Vandaag hebben we een drukke dag voor de boeg. We gaan terug de bergen in naar een plek waar veel dragon trees te zien zijn (Dixam plateau) en er staat ook een trecking op het programma naar een andere natural pool. De dragon trees zien er inderdaad hoogst bevreemdend uit. Ze lijken wel op een reusachtig regenscherm. Het grote dak wordt ondersteund door een kluwen van dikke bochtige takken. Ik heb wel foto’s gezien waarop kinderen op de boom zetten, en vraag me af hoe in hemelsnaam iemand tussen die takken naar boven kan kruipen. De boom geeft ook een rood sap, dragon blood, dat in oude tijden geëxporteerd werd als cosmeticum. Vandaag lijken de inlanders dit sap enkel nog te gebruiken als bloedstollingsmiddel bijvoorbeeld voor de vrouw tijdens de bevalling.

We komen aan in een dorpje waar we een bordje vinden van een project van de universiteit van Brno. Niet echt iets wat je hier verwacht aan te treffen. Op het eiland vindt je heel wat onderzoeksprojecten terug die in Socotra een uniek laboratorium aantreffen. We gaan naar het huis van wat blijkbaar de hoofdman is van het gehucht, die luistert naar de naam Mohammed. Mohammed heeft twee vrouwen en heeft elf kinderen bij de ene en één kind bij de andere vrouw, ietwat onevenwichtig dus. Blijkt nu dat de tweede (die met één kind) een Tsjechische is (wat een toeval), hij haar eenmaal per jaar ziet en nauwelijks een woord Tsjechisch spreekt. De Taal der Liefde evenwel is universeel, welaan dan ! Na de thee en de gebruikelijke uitwisseling van beleefdheden beginnen we aan een trecking die Abdul als ‘niet zo moeilijk’ bestempelde. We gaan een tamelijk steile helling af gaandeweg bezaaid met meer en meer en steeds hogere rotsblokken. We kijken vol ongeloof als Abdul beweert dat deze weg ook wordt gebruikt door auto’s en terug hersteld zal worden. Wij maken ons de bedenking welke machines in hemelsnaam deze puin (rots)hoop kunnen repareren en bovenal, hoe ze hier kunnen komen, maar anyway….Abdul laat zich niet van zijn stuk brengen en stapt lustig verder op zijn slippers alsof hij loopt over een golfveld, maar ik begin het nu wel moeilijk te krijgen. De richels worden hier en daar wel erg dun en enkele meters onder ons gaapt het snel stromende water. Wat je hier niet echt wil meemaken is vallen en gewond raken. Opgelucht bereiken we de natuurlijke pool en het is inderdaad de moeite, veel mooier dan degene van enkele dagen geleden. Net op het moment dat we eindelijk aan de poel aankomen begint het hard te regenen en we wagen ons niet verder over de nu blinkende rotsen naast het water. We gaan terug en dat wordt nog een grotere beproeving : de stenen zijn nu echt glad geworden en bovendien wordt ik er door de hellingsgraad in combinatie met de hitte keihard aan herinnerd dat ik vijftigplusser ben. Redelijk (Hans) tot zeer (ik) uitgeput komen we terug in het huis van de hoofdman, waar ons een verassing te wachten staat, geit op het menu! Deze geit is echter niet gegrilleerd maar gekookt met inbegrip van de ingewanden. De temperatuur in mijn hoofd stijgt, hoe moet ik hiervan af geraken. Ik zeg maar dat ik niet veel honger heb door de wandeling en dat ik geit heel lekker vind en vis nog lekkerder. De hint wordt begrepen want ik heb daarna geen geit meer gezien op het bord. Ik heb mijn daginspanning wel gehad nu en we rijden verder naar het Zuiden naar Amak Beach, waar we de eerste en meteen laatste keer logeren aan de zuidkant aan de Indische Oceaan.

Voor mijn vertrek had ik gevraagd aan het agentschap of ik wat voor de kinderen van het eiland kon meebrengen. Hierop werd geantwoord dat ik niets hoefde mee te brengen maar als ik dat toch wilde, zijn notaboekjes en pennen altijd welkom. Van de tien boekjes had ik er een aantal (drie om exact te zijn )in mijn dagrugzakje genomen en toen we, jawel, ‘ drie’ kinderen passeerden achtte ik mijn tijd rijp. Na de zegen te hebben bekomen van Abdul gaf ik hen elk grootmoedig een boekje en pen. Ik had moeten weten dat op dat moment plots andere kinderen kwamen opdagen, waardoor mijn boekjes voorwerp werden van een dreigende dorpstwist, foute actie dus.. daarop zei Abdul, dat ik zoiets niet had mogen doen, want zie je wel wat er nu van komt. Bedankt Abdul, om me dat achteraf te zeggen!

We komen aan op een campsite op Amak Beach waarvan aangekondigd werd dat er ook een ‘restaurant’ zou zijn. Uiteraard niets te bekennen daarvan, blijkt dat een restaurant in deze context betekent dat er iemand voor ons rijst met vis zal maken en Ali bijgevolg weer verlof heeft. Amak Beach valt een beetje tegen, er is ook veel wind en zwemmen is er vandaag niet bij. Geef ons maar de rustige wateren van de Arabische Zee! Na het eten vullen we de avond nog wat. Abdul, die van huwbare leeftijd is, laat ons weten dat vroeger de meisjes uitgehuwelijkt werden maar dat vandaag de dag het meisje mag weigeren.. Hij noemt Socotra dan ook een ’modern’ eiland. Wel heb ik hieruit begrepen dat het ‘initiatiefrecht’ nog steeds bij de jongen/man ligt en het meisje toch nog uitgekozen wordt. We vragen hem of hij al iemand op het oog heeft en daar antwoord hij bevestigend op. Abdul heeft grote plannen : zij is 16 jaar, hij 26 maar er is één probleempje, ze heeft hem nog nooit gezien en kent hem niet. Een mooi begin voor een duurzaam geluk denk ik zo. Abdul vraagt hoe je in ons land een vrouw kan ontmoeten en als ik daar ‘overal’ op antwoord realiseer ik mij dat dit antwoord tot misverstanden kan leiden. Ik haast mij er dan ook daaraan toe te voegen dat vrouwen bij ons moeilijk zijn. Hij vraagt ons ook hoeveel een vrouw bij ons kost en als we daar ‘onbetaalbaar’ op antwoorden, sluiten we, als echte mannen onder elkaar, dit universeel onderwerp ginnegappend af en daarna bedwaarts.

Dag 5
Vandaag gaan we terug de bergen in naar Homhill. Onderweg passeren we langs een verdroogde kalkachtige vlakte niet ver van de zee en Abdul troont ons mee om wat merkwaardige afdrukken of tekeningen te laten zien in de droge grond. Volgens hem gaat het om heel oude voetafdrukken, misschien wel van God zelf…. Inderdaad merkwaardig, maar moeilijk om de authenticiteit te verifiëren. Volgens mij zijn dit ook geen voetafdrukken maar tekeningen, ik laat Abdul echter in zijn wijsheid. We nemen het middagmaal aan een soort huttenressort naast het water, waar stomweg een volgens mij minstens sinds het laatste decennium ongebruikte biljart staat. Schitterend gewoonweg in zijn surrealisme. De lokroep van de zee is nogmaals te groot en we plonsen er weer lustig in. En daarna profiteren we zelfs van een warme douche, zalig!

We gaan dieper het binnenland in en verlaten de geasfalteerde weg. Onderweg passeren we enkele adembenemende rotsen en gaandeweg wordt de weg moeilijker. Het gaat nu echt wel steil bergop en dit is wel een grotere uitdaging voor Ali. We hinken van links naar rechts en regelmatig schakelt Ali hardhandig de 4X4 in. Op een bepaald moment lukt dit ook niet meer en geraken we niet meer verder. Wij verlaten de auto vooraleer we de ravijn dreigen in te storten en na wat graafwerk geraken we er dan toch uit. Was dit ook deel van het programma ? We rijden steeds dieper de bergen in, en plots verschijnt er een liftende dorpeling. Moeilijk te raden hoe oud hij is maar de roodachtige baard wijst op een gevorderde leeftijd. Grijzende mannen gebruiken hier henna om het verval te camoufleren. Onze Ali dus ook. We nemen de lifter mee terwijl ik me afvraag hoe lang deze man al stond te liften.

Liften is het meest voorkomende transportmiddel voor de gewone Socotri. Openbaar vervoer is er nauwelijks. Ik denk dat liften een groot deel van de dagelijkse tijdsbesteding uitmaakt. Want hoe kan het anders als er eens om de zoveel uren een wagen passeert die je, in ons geval, dan nog niet oppikt?

Uiteindelijk komen we aan in Homhill en ik moet toegeven dat ik daar niet ontevreden over ben. Onze campsite is erg mooi gelegen recht tegenover een steile heuvel vol met flessenbomen. Waar elders ter wereld vind je dit uitzicht ? Inderdaad, nergens. Enkele lokalen vervoegen ons voor de thee. Terwijl zij onze tenten zetten, doen we een ‘easy trecking’ naar een natuurlijke poel. Ik ben wat wantrouwig geworden over Abdul’s beoordelingsvermogen maar het valt wel mee. En ook de poel is geweldig mooi, vlak naast een rotsafgrond en badend in de zonsondergang. Het water ziet er koud uit maar het valt wel mee. We trotseren de krabben die aan de rand van het water ons lijken op te wachten maar ons daarna ongeïnteresseerd ongemoeid laten. Over de avonden kan ik ,zoals gewoonlijk, bondig zijn. We eten, drinken thee, kletsen wat, proberen wat te lezen, wachten tot negen uur en gaan slapen.

Dag 6
Vandaag gaan we naar het noordoosten, naar Arher Beach. Maar eerst moeten we bergafwaarts over dezelfde ‘weg’. Ik zie dat Ali wat onder de motorkap sleutelt. Als ik hem daar achter vraag, zegt hij uiteraard dat er niets aan de hand is. Onderweg grap ik dat we best geen tegenliggers tegenkomen, en dat had ik niet moeten doen want net dan komt er één. Welke auto wijkt hangt vooral af van de grootte van de auto en gelukkig zitten wij in de juiste. Terug aan de kust, stoppen we aan een strandje. Terwijl we zwemmen zie ik dat Ali aan de rand van het water een vissersbootje wenkt. Een ventje springt in het water en komt aan wal vergezeld van een flinke vis. Er wordt wat heen en weer gepraat en het jongetje zwemt met zijn vis terug naar het bootje. Ali zei ons dat het jongetje geen wisselgeld had en de koop dus niet door ging. We rijden verder naar het noordoosten. De weg wordt meer en meer verlaten en reusachtige witte zandduinen klimmen hoog tegen de rotsen. Indrukwekkend. We stoppen aan een strand met vissersboten en worden verwelkomd door stoere vissersmannen die ons grappend aanmanen om de vissersboot mee op het droge te helpen. Ik doe alsof ik mee doe en zo kunnen we weer een paar kiekjes trekken, niet altijd evident hier. Ook de kinderen zijn enthousiast en verdringen zich voor de camera.

Foto’s nemen was niet altijd gemakkelijk tijdens de reis. Sommige kinderen vonden het leuk, anderen lieten duidelijk blijken dit niet te willen, vooral de meisjes dan. Volgens Abdul heeft dit te maken met angst voor de camera…van volwassen moslim mannen is het geweten dat ze vaak niet graag gefotografeerd worden. Vrouwen fotograferen doe je niet, een nigab is trouwens niet erg fotogeniek.

We rijden terug wat naar het westen en stoppen op onze enige totale wilde campsite op Arher Beach. Waar we dachten al gesatureerd te zijn van al dat natuurschoon worden we toch nog verrast door weer een adembenemende plek vlak naast de zandduinen. We zetten onze wagen vlak naast het strand en huppelen als spelende kinderen op de zandduinen. Valt dat even tegen, er lijkt wel geen einde aan te komen en elke twintig meter moet ik een pauze inlassen. Eens boven rijzen we de heuvel af, wie van de lezers heeft al op zulke hoge glijbaan gezeten ? Beneden zie ik Ali weer wat sleutelen onder zijn motorkap, hmmm hopelijk houdt hij het nog enkele dagen. Terug beneden vraagt Ali me of we geen pleister hebben want tijdens het koken heeft hij zijn vinger gesneden en het bloed gutst eruit. Ik vraag hem of ze geen ontsmettingsmiddel hebben en ik vraag me af of ze weten wat ik bedoel…ik raad hem aan de wonde met zout water te wassen en zelf hebben we nog een pleister. De zee maakt nogal veel lawaai en goed slapen doe ik niet. Eigenlijk de hele week al niet, maar dit maakt me overdag niet slaperig, ook door de adrenaline van het avontuur.

Dag 7
Helaas, onze laatste dag is reeds aangebroken maar het wordt nog wel een drukke; eerst gaan we naar Hoq Cave, één van de grootste en spectaculairste van Socotra. We worden opgewacht door een zwijgzame lokale gids en beginnen aan een ‘easy trecking’. Het blijkt toch weer best vermoeiend en het is al vroeg heet in de zon. Als ik deze week niet afgevallen ben, weet ik het niet meer. Na anderhalf uur klimwerk komen we aan de ingang. De grot is echt indrukwekkend. Veel uitleg krijgen we niet maar we voelen tot in onze kleine teen dat dit geweldig oude geologische constructies zijn. Als we Abdul hierachter vragen, zegt hij dat het heel oud moet zijn, minstens tien jaar…In de grot is er geen mens, en zonder eigen verlichting zie je ook geen steek voor de ogen. Maar naast al de natuurwonderen, ben ik eigenlijk gekomen voor wat met mensenhanden gemaakt is en wat zich diep in de grot bevind : de rotstekeningen. Na dik een uur wandelen in soms best moeilijk en glad terrein, zien we ze dan eindelijk : de mysterieuze tekens en tekeningen, waarvan niemand weet wat ze betekenen en hoe oud ze zijn. Ik heb ergens gelezen dat het zeer oude Indische tekens zouden zijn. Verderop in de grot zijn er nog interessante dingen maar voor onze gids is het welletjes geweest. Een fantastisch schouwspel; en de ingang was blijkbaar ontdekt door een Belgische wetenschappelijke expeditie. Hup Belgium!

In de namiddag rijden we naar onze laatste bestemming, Dihamri campsite. De campsite ziet er tamelijk ruig uit op een landengte met enkele kale rosten die oranje kleuren in de zon. Hier is de plaats om te snorkelen en het duurt dan ook niet lang voor we met ons gehuurd materiaal in het water liggen, genietend van een prachtig spektakel met vissen in alle kleuren van de regenboog en mooie koraalriffen. Een leuke afsluiter. Terug uit het water komt een groep Russen aan op onze campsite en wat we een beetje gevreesd hadden gebeurt ook, niet lang daarna halen ze hun flessen vodka boven en beginnen steeds luider te praten en te lachen. Gelukkig eindigt het allemaal binnen de perken en rond 21 h valt alles stil. Ondertussen hadden we ook kennis gemaakt met Christian, een eenzame Australische reiziger. Je mag altijd van geluk spreken als je Australiërs tegenkomt, onveranderlijk zijn het sympathieke en relaxte mensen. Christian was sinds twee jaar aan het reizen, had op schepen gewerkt als acupuncturist en gevaren tot aan de zuidpool, en heel Oost Afrika afgereisd. Het enige waar hij absoluut niet over te spreken was, was Ethiopië, waar hij naar eigen zeggen diverse keren fysiek bedreigd was…fascinerend om dat allemaal te horen. De laatste nacht breng ik door in mijn tent en opnieuw slaap ik niet goed. Het is ook te warm maar ik heb geen zin om naast het water te gaan liggen tussen de Russen die hun roes uitslapen.

Dag 8
We vertrekken rond 7 uur naar de luchthaven. Ons vliegtuig naar Sana’a is voorzien om 10h maar Abdul verzekerde ons dat we er al om 8h moeten zijn. Alvorens afscheid te nemen zullen we ook nog een fooi moeten geven. Bij het begin van de reis hadden we aan de Tsjechische reisleider gevraagd hoeveel we moeten geven aan de gids en chauffeur. Hij zei dat 20 USD de man een meer dan goede fooi is. Wij dachten dus groothartig te zijn maar bij het aanschouwen van dit blijkbaar schamele bedrag leek dit hen niet mee te vallen. Een bedankje kon er niet af en er werd niet veel meer gezegd. Het afscheid zelf was tamelijk koel, jammer toch. Ik merkte vanuit de hall dat Ali en Abdul met vereende krachten aan het sleutelen waren, deze keer zelfs onder het chassis. Juist op tijd weg dus.

Aangezien we meer dan 15 uur zouden moeten wachten in Sana’a op onze aansluiting naar Istanboel hadden we reeds op Socotra besloten om de namiddag en avond in Sana’a door te brengen. We waren er niet helemaal gerust in gezien al de negatieve berichtgeving maar uiteindelijk was de verleiding te groot. Hoe dikwijls kom je in je leven in deze stad ? We hadden op Socotra een chauffeur en gids gereserveerd en dit zou ons 90 USD kosten. We wisten dat we gerold zouden worden maar hadden geen zin en nog tijd te verspillen door dit allemaal zelf te gaan uitzoeken. We waren er dus echt wel op uit om te vertrekken en hoopten dat het vliegtuig op tijd zou vertrekken. Helaas…We passeren de veiligheidstunnel en onze bagage wordt vrij grondig onderzocht. We zetten ons in de hall en niets lijkt erop te wijzen dat er vandaag hier überhaupt een vliegtuig zou vertrekken. Als we erachter vragen worden we aangemaand te wachten. Ondertussen passeren lokale reizigers de veiligheidstunnel en gaat het alarm om de haverklap af, zonder dat iemand erom maalt. Compleet belachelijk dus. Er is al een uur verstreken en niemand acht het nodig ook maar enige informatie te geven. Uiteindelijk wordt het dus drie uur wachten. In Sana’a worden we begroet door, jawel ‘Ali’, en we banen ons een weg tussen het zeer hectische verkeer. Mensen die elkaar de pas afsnijden, in een gat duiken tussen twee auto’s waar nog geen fiets doorheen kan, geen wonder dat er geen enkele gave wagen rondrijdt…Om de haverklap heb je hier tafereeltjes die bij ons tot verkeersagressie met slagen en verwondingen zouden leiden, maar daar hoort het tot de normale rijstijl. Eén verkeerslicht heb ik gezien, het werkte zelfs, alleen, toen het op rood sprong reed iedereen onverminderd door alsof er niets stond…
Onderweg komen we heel wat bedelaars tegen, vooral van Somalische en Eritrese oorsprong, ze komen zelfs tot in de auto hangen. We passeren tevens een brede boulevard met uitgebrande kantoorgebouwen en een vernield presidentieel paleis, als getuigen van de (onderdrukte) volksopstand enkele jaren geleden. Hier zijn ook honderden doden gevallen, een beetje griezelig toch. Uiteindelijk komen we aan in ons hotel, waar we besloten hadden een halve dag een kamer te huren om eventueel wat uit te rusten. Hotel Felix Arabia is van de typische architectuur zoals je die alleen in Jemen en vooral in Sana’a ziet, hoge gebouwen die men de eerste flatgebouwen ter wereld noemde en die vaak meer dan duizend jaar oud zijn. Ze zijn van een traditionele Arabische stijl, erg mooi gedecoreerd en beschilderd. We laten onze bagage achter en gaan vergezeld van Ali te voet de oude stad in. Deze is tevens erkend als UNESCO werelderfgoed en het is duidelijk waarom. Naast de unieke huizen heb je de wirwar van steegjes, de moskeeën, de soeks, de oude omwallingen en poorten… veel te veel voor één namiddag. Nog een meevaller zijn de zeer vriendelijke en gastvrije mensen Om de haverklap hoor je vooral kinderen zeggen ‘welcome in Sana’a’. Hoe vaak zou een toerist in België ‘welkom in België’ te horen krijgen ?

We kuieren in de soeks, waar het relatief rustig is. We klimmen tot op het terras van een oud hotel, met prachtig uitzicht op de stad. Net op dat moment horen we de oproep tot het gebed en een wonderlijk concert ontvouwt zich, van overal in de stad hoort men de oproep vanuit de 103(!) moskeeën, met spookachtige diepe stemmen, zingend of voorlezend, het lijken wel stemmen vanuit de hemel. Tijdens onze wandeling komen we geen enkele toerist gezien. Ergens begrijpelijk maar ik heb mij op geen enkel moment onveilig gevoeld maar dat wil uiteraard niet zeggen dat er geen gevaar is. Arabische gastvrijheid bestaat echt, en dat is wat wij al lang verleerd hebben. Na dit avondje, dat veel te kort was, is het definitief gedaan en om 2h vertrekken we naar Sana’a airport. Twaalf uur later landen we in Brussel en het is nat en koud…
 

Gecko

Well-Known Member
Hey Johan

Ik heb je reisverslag met interesse gelezen, want Jemen staat voorlopig niet op mijn reislijst. Ik geloof wel dat zeker interessant is geweest...fauna en flora dat nergens te vinden zijn.
Ben je in Jemen zelf ook geweest ?

Kan zo'n reis individueel ?
Want ik ben zo'n zot, die alles alleen wil doen, met een reden : mijn vakantietijd is van mij en erover ben IK de enige baas. Deze manier heb ik op alle mijn reizen toegepast.

Welke luchtvaartmaatschappij heb je gebruikt ? Turkish Airlines ?

Ik ga je foto's bekijken, want mijn foto's heb ik afgegeven aan een fotospecialist ;) en " the hell knows" wanner ik mag ze posten..

Groetjes
Gecko:)
 

JohanDC

Member
Hey Johan

Ik heb je reisverslag met interesse gelezen, want Jemen staat voorlopig niet op mijn reislijst. Ik geloof wel dat zeker interessant is geweest...fauna en flora dat nergens te vinden zijn.
Ben je in Jemen zelf ook geweest ?

Kan zo'n reis individueel ?
Want ik ben zo'n zot, die alles alleen wil doen, met een reden : mijn vakantietijd is van mij en erover ben IK de enige baas. Deze manier heb ik op alle mijn reizen toegepast.

Welke luchtvaartmaatschappij heb je gebruikt ? Turkish Airlines ?

Ik ga je foto's bekijken, want mijn foto's heb ik afgegeven aan een fotospecialist ;) en " the hell knows" wanner ik mag ze posten..

Groetjes
Gecko:)

Hallo Gecko;

ik ben in Jemen alleen in Sana'a geweest maar er is natuurlijk veel meer te zien (vb.Hadramaut). Nu, ik ben van geen kleintje vervaard maar ik zou wel terughoudend zijn om op dit ogenblik in het binnenland te reizen. In tegenstelling tot Sana'a waar nog relatieve veiligheid is, is dit veel minder daarbuiten.
Het hangt ervan af wat je bedoelt megt alleen reizen. Ik denk dat je sommige plaatsen (in de bergen) onmogelijk kan bereiken als je rekent op openbaar vervoer of op liften.Voor bergachtige streken kan je niet zonder auto, en eigenlijk ook niet voor de kust. Je kan besluiten niet met een lokaal bureau te werken maar dan nog dien je ter plaatse een chauffeur in te huren. Hoe gemakkelijk dit is weet ik niet,maar het is mogelijk. .Zelf rijden in de bergen zou ik niet doen. Let ook op de taal, zeer weinig engels wordt gesproken door de locals. Kijk ook eens op het travelforum Socotra van Tripadvisor. Wij hebben gevlogen met TA en van Sana'a met Felix Airways. Maar je kan ook vliegen vanuit Abu Dhabi rechtstreeks naar Socotra.
Absoluut doen !!
.
 
Laatst bewerkt:

Gecko

Well-Known Member
Hi Johan

Door "alleen reizen" of "individueel" bedoel ik dat geen reisagentschap op mijn "rug" zit, met hun programma; ik heb mijn eigen stijl en ik wil baas blijven over mijn reistijd. Zoals ik tot nu toe gedaan heb. In Vietnam in Cambodja wist ik dat ik niet overal kan wandelen, wegen antipersoonsmijnen. En "guess wat" ? Eens ter plaatse, ben ik totaal vergeten dat het gevaarlijk is...maar ik ben toch gans terug gekomen.
Natuurlijk, mijn route in "Far West" Vietnam, moest ik een terreinwagen zien te vinden, want waar ik geweest ben, in sommige plaatsen, is er geen weg, enkel padjes.
Ik spraak geen Vietnamees, en als mijn vriend Thàn niet in de geburen was, had ik mij geweldig geamuseerd met de gastvrouw, een Lô Lô vrouw ( van de stam van Lô Lô ), wijzend en gebaren maken ....we hebben samen toch iets kunnen "regelen".
Voor de nakende reis, heb ik geen "fixer" ( eerlijk geschreven, ook niet gezocht ) maar ik ga mijn plan trekken zoals zo veel keren ervoor.

Juist ( deze morgen ) binnen gekregen :

* Lonely Planet - Great Journeys - Travel the World's Most Spectacular Routes ;

* Lonely Planet - A Year of Watching Wildlife - A Guide to the World's Best Animal Encounters ;

* BBC Earth - The Traveller's Guide to Planet Earth - Experience 50 Extraordinary Destinations from the BBC's Spectacular Documentary ;

* Lonely Planet - Slovenia ;

* Lonely Planet - Croatia ;

* Lonely Planet - Montenegro ;

De laatste 3 boeken dienen voor mijn reis van volgend jaar - 2015 - ( ik ben bijna in 2014:D ); ja, ik weet het, iedereen gaat zeggen ofwel dat ik zot ben ofwel dat het véél te vroeg is ; nee, het is niet te vroeg, als je plaatsen wilt bezoeken waar geen toeristen zijn en alles is nog onaangetast door toerisme...

Deze is mijn manier van reizen voorbereiden...rustig en op mijn gemak zoek ik alles op tot in de kleinste detail... en ik moet voldoende tijd hebben voor "Reisforum" en "Travboard"- 2 andere passies...

Tot mails, Johan
Groetjes
Gecko:)
 
Laatst bewerkt:
Bovenaan